donderdag 23 maart 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 8

Er wordt een hoogwaardigheidsbekleder aan boord verwacht. De tamboer blaast het signaal `stilte' op zijn hoorn. Wij maken front over bakboord. Er rijdt een slee voor, waaruit een keurig geklede heer stapt. Het is een pijnlijk misverstand. De man blijkt de eigenaar van de lokale wasserij te zijn die alleen wil informeren of er nog werk voor hem is. De tamboer blaast maar weer het signaal 'rust'.

Even later rijdt een paard en wagen voor. Te laat wordt bemerkt dat dit het al eerder verwachte bezoek is. Er stapt een prachtig opgedofte officier uit. Paniek. De tamboer blaast haastig opnieuw, en uit de saluutbatterij klinken schoten. De bezoeker loopt met zijn hand uitgestoken in de fascistengroet en het hoofd in de nek de loopplank op en ziet daardoor niet dat er aan het eind een trapje is geplaatst. Als hij van de plank stapt stort hij plat op z'n gezicht op dek.
Een slechtere binnenkomer is niet denkbaar. De bemanning lacht zich een ongeluk. Het is nooit eerder voorgekomen dat de tamboer bij zo'n plechtigheid opnieuw opdracht krijgt signaal `stilte' te geven.

Palermo verbijstert ons door de schreeuwende armoede. Hier lacht niemand. Mussolini plundert kennelijk zijn volk om zijn Leger op de been te houden en eist dat iedereen de broekriem met een gaatje of vijf aanhaalt. Alleen de gebouwen imponeren. De winkels zijn vrijwel leeg. Wat er te koop wordt aangeboden is voor de bevolking onbetaalbaar. Het contrast met de onvoorstelbare rijkdom aan goud en zilver in de kathedraal is schrijnend. In vergelijking met de plaatselijke bevolking lijken wij steenrijk. Ook het gekletter van de sabels en de schitterende uniformen bij de officieele ontvangst aan boord van de notabelen met hun dames in avondtoilet vloekt met de realiteit aan de wal. Ik heb die avond wacht en krijg de functie van hulphofmeester. Het is mijn tank drankjes en hapjes naar de kampanje te brengen. Het is nauwelijks mogelijk om met de gevulde bladen het dek te bereiken, want al bij de ingang staat een horde dames te graaien naar de kaas en worst.

Deze snacks verdwijnen niet in hun mond, maar vooral in de fors uitgevallen damestasjes. De bladen met drankjes ondergaan hetzelfde lot. De dames grijpen een glas en slaan de inhoud snel achterover zodat ze het lege glas meteen weer op het blad kunnen deponeren om de volgende te pakken. Acht mannen volstaan nauwelijks om deze gretigheid te bevredigen. Wij sjouwen ons een slag in de rondte. De gasten zijn om half negen aan boord gekomen en een uur later vertonen de eersten al tekenen van dronkenschap. Tegen elven is de meerderheid ladderzat. Om half twaalf krijgen we de opdracht de overgebleven gasten van boord te brengen.

Op de wal staat een rij koetsjes met paarden. We bekommeren ons er niet om wie bij wie hoort maar pakken de eerste de beste vrouw in de brandweergreep, kieperen haar in een koetsje en zetten er een man naast. Dat herhaalt zich tot de laatste koets de kade heeft verlaten. Het zal bij de meesten wel tot de volgende ochtend geduurd hebben tot ze merkten niet in het goede huis terecht te zijn gekomen. Bij sommigen misschien zelfs wel langer. Gedurende ons hele verblijf in de haven deinen er voortdurend kleine bootjes van de lokale bevolking om ons schip heen, om het volle sop en de etensresten op te vangen. Aanvankelijk hebben we geen erg in hun aanwezigheid en gooien de voedselresten gewoon door de stortkoker naar beneden. Later geven we ze eerst een seintje, waarna de Italianen zich als wolven op het overgeschoten eten storten. Om de mensen te helpen gooien we ook wet eens extra eten naar beneden, tot ongenoegen van de bottelier die klaagt dat we zo snel door onze voorraad boter, jam, kaas en brood heen zijn. Na een bezoek aan Malta zetten we weer koers naar Nederland. Onze opleiding zit er op. Wij zullen worden bevorderd tot matroos derde klas. Een jaar lang zijn we getraind en gekneed om het vak van matroos vlekkeloos te kunnen uitoefenen. Een belangrijk en noodzakelijk jaar, want de marine gaat er terecht van uit dat zich allerlei situaties kunnen voordoen waarin de manschappen zich moeten kunnen redden.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :