zaterdag 18 maart 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 7

Zulk een reprimande van de kwartiermeester in de meest letterlijke zin is een adembenemende ervaring. Toch wordt er nooit iemand ziek van; het is kennelijk een kwestie van harden. Dan terug naar het verblijf om je verder aan te kleden. Je uniform is je trots en glorie maar je moet er wel voor zorgen dat het voor elkaar is. Een van de eerste dingen die de stoere lichtmatroos leert is het foutloos uitvoeren van kruissteekjes teneinde al zijn kledingstukken te kunnen voorzien van een nummer, want aan de waslijn lijken alle kledingstukken op, elkaar. Ook wassen doe je zelf, in een balie met sodazeep en wat warm water. De keuze van de marine voor witte werkkleding met zwarte laarzen die dagelijks gepoetst moeten worden, blijkt dan niet de gelukkigste. De onderkanten van de broekspijpen moeten namelijk altijd smetteloos wit zijn en dat is met zwart gepoetste laarzen een heksentoer.

"Op het handje en onder het sop", brullen de kwartiermeesters. Het gebruik van borstel of kooischrobber is verboden en uitspoelen moet op het vlotje in de haven. Het dagprogramma bestaat onder andere uit veel geweerexercitie. je armen worden loodzwaar en in je polsen is na verloop van tijd geen beweging meer te krijgen. Kin en buik ingetrokken, hoofd omhoog, kont en schouders naar achteren. Het is een echo die je lang zal blijven achtervolgen. In de roeisloep, zes de marteling zich voort. De riemen lijken tonnen te wegen en rug en schouders staan in brand. Bij het innemen van de eerste positie wordt iedereen gecontroleerd op het vasthouden van de riem op de voorgeschreven wijze. Tijdens het roeien lijkt het alsof de polsen ieder moment kunnen afbreken.

Wat ik bij de eerste roeipoging voor onmogelijk had gehouden gebeurt na enkele maanden training toch : een retourtje Middelburg in de roeisloep is een pleziertochtje geworden. Ik voel me met de dag sterker en fitter worden. De juiste voeding zal hierbij ook wel een rot spelen. De maaltijden worden bereid op een recht-toe-recht-aan manier, ontdaan van culinaire flauwekul, zijn voedzaam en van goede kwaliteit. Na enkele weken weer je wat er die dag en over twintig jaar op het menu zal staan. De week begint met snert, met dikke stukken spek, en vervolgens kan de keuken geen enkele dag van de week meer verrassen. Mijn maag raakt gewend aan de stevige hap.

Eenmaal per week moeten we touw splitsen en zeil naaien in de koebrug, waar vroeger levende koeien werden vervoerd. We leren waterdicht te naaien en een van de werkstukken is het maken van een emmer met behulp van touw en zeildoek. Knopen en steken maken is na verloop van tijd een tweede natuur. Je verleerd het nooit meer. We gaan vaak met de voormalige kanonneerboten Widar' en `Balder' de Schelde op om te leren sturen, loden en as te wippen. Op deze met kolen gestookte schepen moeten van tijd tot tijd de slakken uit het vuur worden gehaald en die gaan met de as overboord. Op deze tochten wordt tevens de aanzet gegeven tot het ontwikkelen van zeebenen, want het kan ook spoken op, de Schelde. Met slecht weer volgt de onverbiddelijke scheiding tussen jongens met een sterke maag en benen, en zij die groen van zeeziekte alles over de reling kotsen. Ik prijs mijn maag en benen.

Voor al deze ontberingen ontvangen we toch nog een gage van zes gulden per veertien dagen. Hierop wordt een rijksdaalder ingehouden als kledinggeld, want het uniform is `rekening man'. Voorts is de marineman verplicht een gulden te sparen, zodat er per saldo een rijksdaalder overblijft om te verbrassen. De eerste zes weken van de opleidingsperiode mag ik niet naar huis. Daarna krijg ik eens per drie weken een 'vrij vervoertje' naar Den Haag. De opleiding duurt in totaal negen maanden. Het is zwaar, maar ik ervaar het niet als rot. Eens in de drie weken ga ik naar Den Haag, soms afgewisseld met een bezoek aan vrienden en familie in Middelburg, die me steevast iets toestoppen voor `slechtere tijden'.
Als vervolg van de opleiding in Vlissingen krijgen we een reis naar de Middellandse Zee aangeboden op de Hare Majesteits `Sumatra', volledig verzorgd door de marine.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :