donderdag 16 maart 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 5

Het smaakt als manna. Er worden zelfs een paar sigaretten uitgedeeld. Ik voel me heel langzaam weer een beetje mens worden. Ik leef. Het gevaar is echter niet geweken, want opeens ligt de japanse jager nu zelf onder vuur en worden we benedendeks gestuurd. Schildwachten bewaken ons en houden de wacht voor de deur. Weer bekruipt mij een gloeiende angst. Ben je net opgepikt en dan word je misschien alsnog naar de bodem van de zee gestuurd, nota bene door je eigen mensen. Ik kijk om me heen. Wij bevinden ons in een Japans bemanningsverblijf. Het is er spartaans, geen tafels of banken, alleen dikke stromatrasjes waar de japanse marinemannen op moeten leven en slapen.

Na een uur is het gevaar kennelijk geweken en mogen we weer aan dek. Later op de dag worden we overgebracht op een ander schip; een zware kruiser, getuige de gigantische kanonnen. Dit schip zet ons weer af op een andere jager, die ons aan de wal brengt. Overal blijven de bajonetten op ons gericht. Ons gezelschap wordt naar Makassar op Celebes gebracht en gaat de gevangenis in.

Daar heb ik tijd om na te denken. Ik voel me rot en de vermoeidheid lijkt tot in mijn botten te zijn doorgedrongen. Ik weer niet eens of ik blij moet zijn met mijn overleving, waar ik zo voor gevochten heb. Ik denk aan Wim. Ik vraag me af wie er nu het beste vanaf is gekomen. Wim is op de plek waarvan hij wilt dat het er vredig zou zijn. Ik moet maar zien hoe ik me door deze ellende worstel. Maar ik leef en daar ben ik blij om, het leven is waard om geleefd te worden.
1937
Lang en mager ben ik. Een jongen van zeventien jaar met een kromme rug door het voorovergebogen achter m'n bureau zitten. Een bureau dat staat bij een assurantiekantoor waar ik met het MULO-diploma op zak het riante bedrag van 2,50 per week verdien. 's Avonds naar de avondschool voor Engelse handelscorrespondentie en dubbel boekhouden. Saai en voorspelbaar. Verkering met Loes geeft kleur aan mijn bestaan. Nederland is gedompeld in een diepe crisis en heeft het moeilijk. Er zijn nauwelijks vooruitzichten. De sterke verhalen van onze buurman, een gepensioneerde adjudant van de marine, brengen een andere wereld in onze huiskamer. Ik hang aan zijn lippen en zie mogelijkheden om te ontsnappen aan het kantoorritme en voor mij en m'n meisje een betere toekomst op te bouwen.

"Kunt u eens voor mij informeren hoe ik bij de marine kan komen ?", vraag ik hem op een goede dag en hij belooft z'n best te doen. Mijn ouders schudden het hoofd. Hun enige zoon op vreemde en vijandige wereldzeeën is geen aanlokkelijk vooruitzicht. Hitler laat Duitsland marcheren en brengt zijn duivelse machinerie op gang; oorlogsdreiging hangt in de lucht.
Maar de sollicitatieformulieren worden aangevraagd en vallen enige tijd later in de bus. Ik vul ze zorgvuldig in en retourneer ze per kerende post. Spoedig komt er bericht van de marine.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :