dinsdag 12 augustus 2014

Pantserschip Hertog Hendrik 2

Hertog Hendrik Pantserschip uit 1902 -2
Hertog Hendrik
Kon. Wilhelmina en Prins Hendrik
Tewaterlating Hertog Hendrik door Kon. Wilhelmina en Prins Hendrik
1930 -De tweede kamer -Schriftelijk beantwoorde vragen.
VRAGEN van den heer Brautigam betreffende het verleenen van een ruimer verlof aan de bemanning van het pantserschip Hertog Hendrik na haar terugkeer uit WestIndië. (Ingezonden 7 Maart 1930.)
1. Is het de Minister bekend :
A. dat ten vorigen jare het vertrek van het pantserschip Hertog Hendrik naar West-Indië dermate overhaast geschiedde, dat door de bemanning het gebruikelijke voorafgaande verlof' bij een reis naar de tropen of het buitenland niet kon worden genoten en voor vele opvarenden zelfs geen gelegenheid bestond afscheid van hun betrekkingen te nemen;
B. dat krachtens beschikking van den vlootvoogd, op een daartoe strekkend verzoek der bonden van marinepersoneel, aan deze bemanning bij terugkeer van het schip geen verruiming van verlof zal worden verleend, doch slechts het gebruikelijke verlof van 14 dagen zal worden toegekend'?
II. Is de Minister bereid, gelet op de in vraag I, onder a, genoemde feiten, te bevorderen, dat alsnog de leden der genoemde bemanning in het genot van een ruimer verlof, b.v. van een maand, worden gesteld ?
ANTWOORD van den heer Deckers, Minister van Defensie. (Ingezonden 24 Maart 1930.)
Vraag I, sub a en b, wordt bevestigend beantwoord.
Vraag II. De ondergeteekende kan er niet toe overgaan de leden der genoemde bemanning in het genot te stellen van een ruimer verlof, b.v. van een maand. Volgens de verordeningen der Koninklijke marine wordt aan militairen" der zeemacht — tenzij de belangen van den dienst zich daartegen verzetten — na terugkeer in Nederland uit het buitenland een verlof verleend van 14 dagen voor elk jaar, dat door hen onafgebroken buiten Nederland is doorgebracht.
Hoewel Hr. Ms. Hertog Hendrik nog geen jaar afwezig was, zou ondergeteekende in het onderhavige geval wel termen aanwezig achten thans wat meer dan het reglementair voorgeschreven verlof te verleenen, doch de belangen van den dienst laten zulks niet toe. Bovendien moet niet uit het oog worden verloren, dat aan de opvarenden van Hr. Ms. Hertog Hendrik, nadat zij van + 20 Mei tot + 5 Juni verlof hebben genoten, gedurende de maand Augustus a.s. wederom het gebruikelijke zomer verlof van 14 dagen zal worden toegekend.
Hr.Ms. Hertog Hendrik Scheepsjournaal
Werd als pantserschip gebouwd op de rijkswerf te Amsterdam . De kiellegging was er op 13 oktober 1900 en is te water gelaten op 7 juni 1902 door Prins Hendrik. De proefvaart vond plaats op 9 september 1903 en de indienststelling volgde op 5 Januari 1904. In 1904 was het pantserschip Hr. Ms. Hertog Hendrik het eerste Nederlandse oorlogsschip dat uitgerust werd met draadloze telegrafie. Op 24 juni 1905 loopt het pantserdekschip Hr. Ms. Hertog Hendrik, op weg naar de Golf van Boni (Nederlands Indië), vast op het koraal bij Matjidosteen. Pogingen van het pantserdekschip Hr. Ms. Zeeland om het schip los te trekken mislukken, waarbij de bolders van de 'Zeeland' afbreken. Pas als het SS. Japara van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij met sleepmateriaal arriveert en vervolgens kolen, voorraden en munitie worden overgeladen, kan door het pantserschip Hr. Ms. 'De Ruyter', samen met de Japara, de 'Hertog Hendrik' weer vlot getrokken worden.
Hr. Ms. Hertog Hendrik kwam op ongeveer 300 nm westelijk van de Faroer eilanden in een zware storm terecht, die problemen met de stuurinrichting veroorzaakte. Met hulp van een Deense kruiser is het schip teruggekeerd naar Kongshavn (Faroer eilanden). Het schip is via Bergen naar Den Helder gesleept voor de nodige reparaties. In 1926 onderging het schip op de werf groot onderhoud en werd het 24 cm kanon, de torpedokanonnen en torpedobuis van het achterschip verwijderd en werd er een kraan op het vrijgekomen dek geplaatst t.b.v. de 2 watervliegtuigen van het type van Berkel die aan boord geplaatst werden. In deze configuratie heeft het schip tot 1938 gevaren. Vanaf 1927 werd de taak om de vlag te vertonen in de Oost steeds vaker overgenomen door de lichte kruisers van de Java klasse en werd het schip ingezet als stationsschip in Nederlands West-Indië en voor eskaderreizen in Europa.
Ook werd het schip regelmatig ingezet als instructieschip voor kanonniers en officieren. In mei 1927 embarkeert eskadercommandant aan boord en begint een oefenreis voor het eskader. Het eskader bestaat verder uit de torpedoboten Z5, Z6, Z7, Z8 die het eskaderschip moeten beschermen tegen de onderzeeboten O10 en O11. Op de schepen zijn adelborsten geëmbarkeerd voor hun bootjesreis.
In mei 1928 vertrekt het oefeneskader bestaande uit Hr. Ms. Hertog Hendrik" en de torpedoboot „Z. 7" met een ploeg adelborsten van het KIM aan boord voor een reis naar Vigo. De „Z. 7" zal op de heenreis van Brest aandoen voor het aanvullen van de brandstofvoorraad en vervolgens naar Vigo opstomen. Op de terugreis zal door de „Z. 7" St. Xazaire worden aangedaan voor hetzelfde doel als te Brest, waarna het verband den 6en Juni te Nieuwe diep zal terugkeren.
De Hertog Hendrik vertrok 16 Februari 1918 vanuit Den Helder naar Indië voor de aflossing van personeel en materieel. Na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in juli 1936 ondervonden Nederlandse koopvaardijschepen regelmatig last van Franco gezinde nationalistische oorlogsschepen. Als gevolg hiervan kregen de koopvaardijschepen een escorte door de Straat van Gibraltar door schepen van de Koninklijke Marine.
Van maart 1937 tot september 1938 werden meer dan 1.500 schepen veilig door het nauwe vaarwater begeleid waarvan het merendeel door Hr. Ms. Hertog Hendrik en de kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau en in mindere mate de mijnenlegger Hr. Ms. Nautilus, de lichte kruiser Hr. Ms. Sumatra en de onderzeeboten Hr. Ms. O 13 en Hr. Ms. O 15. Halverwege de zomer van 1939 kwam de Hertog Hendrik terug van een oefenreis naar Nederlands West-Indië en werd buiten dienst gesteld.
Het schip zou op de Rijkswerf in Den Helder opgelegd worden. Tijdens de mobilisatie, die in augustus 1939 begon, werd Hr. Ms. Hertog Hendrik weer in dienst gesteld als Hr. Ms. Batterijschip Vliereede. Het oude pantserschip werd verhaald naar de Vliereede waar het schip ten anker ging.
Het schip kreeg de opdracht het Stortemelk, het vaarwater tussen Vlieland en Terschelling, te beschermen als een eventuele vijand het aldaar gelegde mijnenveld zou willen ruimen. Hr. Ms. Vliereede bleef tot 4 november 1939 ter plaatse. Toen had een batterij van drie 15cm kanonnen, afkomstig van het batterijschip, op de kust van Vlieland de taak van het oude schip overgenomen.
Daarna werd het pantserschip naar de Rijkswerf verhaald om te worden ingericht als logementschip voor adelborsten omdat hun slaapgelegenheid op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) werd ingericht als hulphospitaal.

Half gezonken

Op 14 mei 1940 viel de ex-Hertog Hendrik in Duitse handen nadat het schip door sabotage gedeeltelijk gezonken was in het ondiepe water voor het KIM. Op 21 en 22 juni werd het schip verder beschadigd bij een luchtaanval van de Royal Air Force (RAF).
In oktober 1940 werd het schip op last van de bezetter gelicht en overgebracht naar Antwerpen om te worden verbouwd tot Flakschiff. Het schip werd uitgerust met acht 10,5cm kanonnen, vier 40mm en zestien 20mm mitrailleurs, twee optische afstandmeters en een Würzberg radar en in 1943 in Duitse dienst gesteld als Ariadne. In mei 1945 werd het verbouwde schip teruggevonden in Wilhelmshaven en overgedragen aan Nederland.

Logementschip Hr. Ms. Hertog Hendrik

Het oude schip werd op de werf van Wilton-Fijenoord te Schiedam verbouwd tot logementsschip en als zodanig op 21 oktober 1947 in dienst gesteld onder haar oude naam Hr. Ms. Hertog Hendrik. Als drijvend onderkomen deed zij eerst dienst in Amsterdam en later in Den Helder.
Op 27 september 1968 werd de Hertog Hendrik voor de laatste maal buiten dienst gesteld en op 28 augustus 1972 definitief van de sterkte afgevoerd en voor sloop verkocht.
De omstandigheden aan boord :
Hr. Ms. Hertog Hendrik is groter gebouwd dan haar voorgangers (Piet Hein) en zal misschien blijken beter bewoonbaar te zijn, de verblijven zullen wellicht door betere ventilatie van het schip minder last hebben van te hooge temperatuur, wanneer het schip zich ophoudt in warme streken. Zeker is dit echter niet, want men tracht steeds de bewapening zoo krachtig mogelijk, de kolenberging zoo groot mogelijk, de bescherming zoo afdoend mogelijk te maken, alles in verband met het gegeven totaal gewicht en de beschikbare ruimte. Tot zekere grens zeer rationeel, mits er niet uit volgt dat de ruimte welke voor bewoning beschikbaar blijft een minimum is, aan de verblijven op zichzelf te weinig zorg wordt besteed en zij dikwijls gelegen zijn in de onmiddellijke nabijheid van delen van het schip, welke om de een of andere reden een verblijf ongeschikt maken als woning. De bemanning aan boord der moderne schepen leeft hierdoor onder de slechtst denkbare hygiënische toestanden en wel speciaal bij verblijf tussen de keerkringen, waar zelfs de nachten veelal geen betekenende afkoeling brengen op die schepen.
Verslag uit de toenmalige kranten :
Ten tijde van de Russisch Japanse oorlog in 1905 vond een actie tegen de marine autoriteiten plaats dit betreffende het soldij en omstandigheden aan boord van de schepen. Toen het eskader in Tandjong Priok (bij Batavia) lag, belegden de mannen aan boord van het pantserschip Hertog Hendrik een vergadering onder voorzitterschap van matroos eerste klasse J. Gayaard. De tussenkomst van een sergeant van de mariniers onderbrak de vergadering. Na een korte woordenwisseling liet hij Gayaard bij de officier van de wacht brengen. De vergadering werd aan wal voortgezet. Gayaard werd gedegradeerd tot matroos derde klasse en naar Nederland teruggestuurd. Bij zijn terugreis passeerde het passagiersschip waarop hij voer verschillende marineschepen, zoals de Gelderland, Noord Brabant, Holland en Koningin Regentes. Op ieder schip klonk enorm gejuich en hieven matrozen het bondslied van de BVMMP (Bond voor Minder Marine personeel) aan
Verslag uit de toenmalige kranten :
Het Nederlandsche eskader, dat te Tandjoeng Prioek gestationeerd was, bestond aanvankelijk uit de pantserdekschepen Utrecht, Gelderland, Noord Brabant, Holland en Zeeland en de pantserschepen Koningin Regentes, de Ruyter en Hertog Hendrik, aan welke scheepsmacht 3 torpedobooten waren toegevoegd. De schepen deden kruistochten in Straat Soenda en aangrenzende vaarwaters of gingen beurtelings naar Cheribon voor het houden van schietoefeningen. In April en Mei bekruiste het eskader de Poeloe Toedjoeh-groep (Riouw en onderhoorigheden), in verband met de nadering van de Russische vloot.
Den 15den Juni stoomden de Holland, de Ruyter en de Zeeland naar de wateren van Celebes, ten einde den resident ter beschikking te vergezellen op zijne zending tot overbrenging van de eischen van het Gouvernement aan de weerspannige radja's van Boni en Loewoe. Met het oog op het te verwachten militair optreden tegen die landschappen, vertrok de eskadercommandant met de Hertog Hendrik den 24sten naar de Golf van Boni, waar het schip den 28sten op een rif vastliep.
Daar de onmiddellijk genomen maatregelen om het er af te brengen niet mochten baten, werd aan het passeerende gouvernementsstoomschip Zwaan de opdracht gegeven om hulp te vragen aan de ter reede van Badjowa (Boni) vertoevende oorlogsschepen, waarop in den avond van denzelfden dag de Zeeland bij het vlaggeschip ankerde. Daar bij eene hernieuwde poging om de Hertog Hendrik af te sleepen, de bolders op de Zeeland gebroken waren, ging die bodem de de Ruyter, die den 24sten van Badjowa naar Palopo (Loewoe) was gestoomd aldaar vervangen.
Den 17den Juni vertrokken de Utrecht, de Gelderland en de Noordbrant naar Nederland, onder bevel van den tot dusver als eskader- commandant gefungeerd hebbenden schout-bij-nacht J. G. Sneth Lage (sedert tot commandant der zeemacht en chef van het departement der marine benoemd), die als zoodanig vervangen werd door den kapitein-ter-zee A. H. Hoekwater, met het pantserschip Hertog Hendrik als vlaggenschip.
Eerst den 5den Juli gelukte het aan de vereenigde pogingen van de de Ruyter, de inmiddels bij de plaats des onheils aangekomen Koningin Regentes en het stoomschip Japara van de Koninklyke Paketvaartmaatschappy, de Hertog Hendrik weder vlot te krijgen. Het vlaggeschip had geen schade van eenig belang beloopen en vertrok den 7den juli naar Makasser
Verslag uit de toenmalige kranten :
Op 13 mei 1927 komt de Hertog Hendrik aan te Stavanger waarbij de zieke korporaalmachinist Ruiter van de "Z 8" welk eerder aan boord was gebracht, voorzichtig bij Scudenssfjord de wal op werd gebracht en met de reeds gereed staande witte ambulance, met grote spoed naar het hospitaal werd vervoerd. Hulp mocht niet meer baten en hij is aldaar overleden.
Hiermee verkreeg de Hr.Ms. Z 8 opdracht om het verband te verlaten en op te stomen naar Stavanger om alhier de begrafenis te regelen. Aan boord van Hr.Ms. Z 8 zal vlootpredikant ds. H Jansen verder meevaren. Korporaal machinist Klaas de Ruiter in den Vreemde gestorven gedurende de vlootoefening en is in het ziekenhuis te te Stavanger overleden schrijft de plaatselijke krant.
"De uitvaart van de Nederlandsen Korporaal Machinist Klaas de Ruiter naar het Egenes Kerkhof werd een schoone plechtigheid, vol stemming. Hij werd ter ruste gelegd met militaire eer, en in het gevolg gezagen wij de Nederlandse scheepsofficieren en bemanning, den burgemeester Middelthon, overste Stenersen, met adjudant, den Nederlandschen concul Isaachen, en vele vertegenwoordigers van de zeemansverenigingen in onze stad.
De kapel was tot de laatsten plaats gevuld en buiten stond een talrijke menschenmenigte. De baar was bedekt met schitterende bloemen. De plechtigheid werd ingeleid met Handels; Arioso", vol stemming uitgevoerd door een trio, waarop de Nederlandschen scheepsdominee een mooie preek hield over den heengeganen zeeman. De dominee gedacht zijn echtgenoote en kinderen en gaf een sprekende beschrijving van den doode die op zijn in den vreemde gestorven was.
Na de preek gaf het strijkorkest Neupert's "Syng mig hjem", waarop de Nederlandsche scheepsdominee in het gebed voortging. Koster Raanes legde er een mooie krans van de Stavanger havencommissie en vrouwenvereeniging neer, met goedgekozen woorden zijn deelneming betuigend. Daarna werden de bloemen van de kist genomen. Deze werd bedekt met de Nederlandse vlag en de uniform pet van de overledene en de dragers droegen de kist naar buiten, onder de tonen van de orgelkoraal muziek.
Onderweg naar het graf werd een ere saluut over de kist afgegeven. Bij het graf verrichte dominee Sinding de teraarde bestelling, en drie officieren van het schip brachten den overledenen de laatsten groet van zijn tehuis, van zijn kamaraden en van zijn vaderland. Na twee eeresaluten over het open graf bad de Nederlandschen dominee het "Onze Vader". Op de Zeemansvereeniging woei de vlag halfstok naar aanleiding van de begrafenis. Behalve de genoemde autoriteiten waren nog ongeveer tweeduizend toeschouwers op het kerkhof aanwezig.
29 Augustus 1939 "Bericht van de Kapitein Luitenant ter Zee Kon. Marine Reserve H.L. Oudenhoven.
Toen de Algemeene Mobilisatie werd afgekondigd, begaf ik mij naar den Helder en meldde mij bij de Commandant der Marine te Willemsoord. Deze deelde mij mede, dat hij' me benoemde tot Commandant van Hr. Ms. "Hertog Hendrik en dat ik dit schip zoo spoedig mogelijk in dienst moest stellen. Het schip had juist een oefenreis naar West Indië gemaakt, was uit dienst gesteld en zou op de Rijkswerf opgelegd worden.
Men had die dag reeds kolen geladen en nu was men druk bezig met het wederom aan boord brengen van de inventaris. De volgende morgen werd naar de Buitenhaven verhaald. Er werd munitie geladen en nog meer inventaris aan boord gebracht. De daarop volgende dag, de verjaardag van H.M. Koningin Wilhelmina, werd 's middags naar de reede verstoomd en werden de kompassen gesteld door personeel van het Rijksinstituut te Leiden.
Op 31 Augustus om 17.00 uur vertrok de "Hertog Hendrik" naar Terschelling. De volgende morgen arriveerde het schip op de Vliereede, alwaar geankerd werd. De opdracht luidde het mijnenveld in het Stortemelk (vaarwater tusschen Vlieland en Terschelling) te beschermen, wanneer een eventueele vijand dit mijnenveld zou willen opruimen, om van de Vliereede gebruik te maken als veilige ligplaats voor zijn eigen vloot.
De "Hertog Hendrik" bleef tot 4 November aldaar liggen. De laatste week waren 3 kanons van 15 c.m. van boord gehaald, om op Vlieland opgesteld te worden. Deze batterij zou dan de taak van de "Hertog Hendrik" overnemen. Het schip keerde naar den Helder terug."
Het schip is in de meidagen van 1940 door de Engelsen tot zinken gebracht ergens buitengaats de Waddeneilanden.
Mobilisatie
In de loop van het jaar 1939 kwam de mobilisatie op gang.
Al in 1917 had de Koninklijke Marine op de meest noordoostelijke duin, op Vlieland bekent als het Witte Lid, een kustbatterij ingericht.
Deze kustbatterij bestreek het zeegat tussen Vlieland en Terschelling en was uitgerust met 3 oude kanons (bij de marine is het meervoud van kanon – kanons) 15 cm lang 40 afkomstig van het Hr. Ms. Pantserschip Hertog Hendrik.
De Koninklijke Marine richtte ook nog een batterij 7 cm lang 40 nabij Kaap-Bol in die het Stortemelk, de vaarweg naar Vlieland, Terschelling en Harlingen, bestreek. Dit was de 1e Batterij 7 lang 40, ressorterende onder de stelling Den-Helder.
Voor het leiden van het vuur van deze batterijen werd op Kaap-Bol ook nog een vuurleidingbunker gebouwd die in de rand van de zeewerende duinen kwam te staan.
Het Kaap-Bol werd tevens een waarnemingspost van de Koninklijke Marine, die de naam Post 8 kreeg.
De 24cm kanons werden later door de bezetter overgebracht naar het eiland De Beer, waar ze als kustgeschut ingebunkerd werden met als naam "Küstenbatterie Brandenburg"
"Küstenbatterie Brandenburg op De Beer bestond uit twee voormalig Nederlandse stukken geschut, afkomstig van de oude kruiser Hr. Ms. Prins Hendrik. Dit schip deed in de winter van 1939 dienst als batterijschip Vliereede en lag voor Ameland. Daar is ze gebombardeerd, en door de Duitsers geborgen. Ook deze kanons waren apart in pantserstalen koepels ingebouwd. Er is nog een derde geschutsbunker van dit type gemaakt, maar daar heeft nooit een kanon in gestaan. Waarschijnlijk is tijdens het demonteren van het daarvoor bestemde kanon uit een zusterschip van Hr. Ms. Prins Hendrik iets fout gegaan. Deze derde bunker heeft als munitiebunker dienst gedaan.
De romp van Hr. Ms. Prins Hendrik werd omgebouwd tot drijvende Flakbatterie en heette onder Duitse vlag Ariadne.
Hertog Hendrik als Ariadne
Overgenomen uit diverse publicatie's. (Foto's zijn enigzins gereviseerd)

Geen opmerkingen :