dinsdag 24 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 114-115

Marine gewoonten en gebruiken
Onder de liederen uit het verleden zijn er vele z.g. gelegenheidsliederen; het vertrek van een schip, het bezoek aan een buitenlandsche haven, een bijzondere reis, enzoovoort, werd dikwijls, niet altijd in fraaien stijl, bezongen.
Ook in dit opzicht handhaafde de marineman van onzen tijd de eeuwenoude traditie. Helaas dreigen vele van deze liederen verloren te gaan. Ik herinner me, dat ze aan boord, bij slecht weer in een melancholische bui wel eens een lied zongen dat aldus begon : „Ach moeder, waarom mij van uw zijde verdreven..." een variant waarschijnlijk op het bekende gezegde : „Moeder, mag ik zeeman worden, Piet van buurman is het ook". Maar niemand van mijn collega's scheen ze volledig te kennen.
Ik herinner me ook, dat er eens een marinepotpourri was, die omstreeks 1900-1910 veel werd gezongen; doch bij navraag vond ik niemand, die mij den tekst verstrekken kon. Slechts sporadisch blijft ergens een lied hangen, dat door de maats zelf gemaakt is,
Toen Zr. Ms. fregat „Van Galen" in 1888-1889 een uit- en thuisreis maakte en een gedeelte van de bemanningen van de „Floris", „Ceram" en „Zilveren Kruis" daarmede naar Nederland zouden terugkeeren, maakte een der matrozen — Bernard was zijn naam — daarover een gelegenheidsgedicht :
„Daar komt de „Van Galen" aan, met stengen tot in de maan.
Hoe dapper waait zijn vlag, van gaffel en van stag;
dat dierbaar rood-wit-blauw, dat blijf ik steeds getrouw;
de wimpel in de lucht, is zeer geducht.
En Floris, Ceram, Zilveren Kruis,
gaan nu met de „Van Galen" naar huis".
Dit lied werd door de schepelingen in de 20ste eeuw aan boord soms nog wel gezongen. Er zijn door de maats wel meer van dit soort gelegenheidsgedichten gemaakt, doch weinige er van waren „getoonzet"; ze werden voorgedragen in plaats van gezongen en meestal spoedig vergeten !
Van de liederen, die aan boord tijdens de werkzaamheden of bepaalde dienstverrichtingen werden gezongen — meestal afgedreund — zijn er van den ouden tijd maar weinige tot heden bewaard gebleven. Dat wil zeggen : in de herinnering.
Want het bekende : „Trijntje, Marijntje, Boelijntje, Amsterdam, Rotterdam, Dordt; jenever krijg je 'n schijntje; zout water in je gort", dat op den cadans van trekkende zeelui afgedreund werd, als de fokkeboelijn moest worden doorgehaald, hoort men natuurlijk niet meer zingen, omdat onze schepen geen zeilen meer voeren. Evenmin de vele ankerliederen, die gezongen werden bij het tornen van het spil of het loopen met den kaapstander. De ankermachine maakte ze overbodig.
Een ander lied, dat in de herinnering van de ouderen onder onze marine nog voortleeft is dat, hetwelk afgedreund werd bij het wachtopzetten. Dit „wachtopzetten" wordt tegenwoordig bij de marine niet meer gedaan. Het beteekende, dat door den provoost mededeelingen werden gedaan, die voor het volk van de eerste-wacht — 's avonds 8-12 uur — van belang waren.
Tegenwoordig wordt het wachtsvolk nog wel bijeengeroepen door den onderofficier van de wacht nabij den valreep, doch daaraan is' geen ceremonieel meer verbonden. In het begin van de 20ste eeuw is dit geleidelijk afgeschaft. De naam „wacht opzetten" is voor het rollezen bij het begin van de eerste wacht nog behouden.
Na het wacht opzetten wordt gerapporteerd aan den officier van de zeewacht op de brug en daarna pas worden 8 glazen geslagen. Zoo gaat het althans in zee. De provoost-geweldige van het benedenschip zong tot ongeveer 1906 nog :
Hoort, mannen, hoort,
De een zegt aan den ander voort,
Om daar te rusten mooi.
Van de wacht tot naar de kooi,
Al wie de wacht niet heeft vertrek van hier,
Het is vanavond stuur ( of bak)boordskwartier.
Stuur (of bak)boordskwartier heeft de eerste wacht.
God verleen je een goede wacht.
Goede wacht en goede vree,
Welbehouden reis er mee.

Behouden reis verleen je God,
Keer het glas en luid de klok.
Stilte, stilte overal.
Wachtsvolk naar boven,
De rest naar de kooi.
Soms werd na „stilte overal" nog ingelascht : „Vuur, licht en pijpen uit".
blz 114 - 115. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :