woensdag 18 september 2013

De Kon. Marine in andere tijden

VERSLAG omtrent de verrichtingen van de schepen en vaartuigen van oorlog over het tijdvak van 1 Juni 1912 — 1 Juni 1913.
Op 1 Juni 1912 bestond het Nederlandsen eskader in Oost-Indië uit Hr. Ms. pantserschepen De Zeven Provinciën, de Ruyter, Tromp en Hertog Hendrik, Hr. Ms. pantserdekschip Holland en Hr. Ms. torpedojagers Wolf en Fret, in welke, samenstelling, behoudens de toevoeging van de torpedobootjagers Jakhals en Bulhond, geene wijziging kwam.
Hr. Ms. Holland bleef in verband met den onzekeren politieken toestand in China, behoudens een tweetal onderbrekingen, voortdurend in de Chineesche wateren vertoeven. Den 5den September 1912 vertrok genoemde bodem van Shanghai naar Yokohama, ten einde H. M. de Koningin te vertegenwoordigen bij de bijzetting van het stoffelijk overschot van Z. M. den overleden Keizer van Japan. Den 9den September te Yokohama aangekomen, vertrok Hr. Ms. Holland den 21sten d.a.v. weder van daar, bracht van 24 September tot 17 October een bezoek aan Kobe en kwam den 21sten October d.a.v. weder te Shanghai aan.
Den 2den December 1912 vertrok Hr. Ms. Holland uit China met bestemming naar Nederlandsch-Indië ter aflossing van het aan boord dienende personeel, dat voor terugkeer naar Nederland in aanmerking kwam. Na den 12den December te Tandjong Priok te zijn aangekomen, werd deze haven ter aanvaarding van de terugreis naar Shanghai, den 27sten d.a.v. weder verlaten. Den l0den Januari 1918 was Hr. Ms. Holland weder te Shanghai terug.
Voor den dienst van stationsschip in de Caraïbische Zee bleef aangewezen Hr. Ms. pantsekdekschip Zeeland. Van 14 Juni tot 16 Juli en van 20 November tot 9 December 1912 verbleef deze bodem te Paramaribo, terwijl behalve talrijke tochten binnen het kruisgebied, van 1 tot 9 Februari d. a. v. een bezoek werd gebracht aan de haven Puerto Barrios in de Republiek Guatamala.
Hr. Ms. pantserdekschip Gelderland den 4den Juni 1912 van Nieuwediep vertrokken ter aanvaarding van een oefeningstocht in de Noorsche wateren, bracht een bezoek aan Lervig, Bergen en enkele kleinere aan de Noorsche fjorden gelegen plaatsen en keerde den 29sten Juni d. a. v. te Nieuwediep terug.
Den 16en October 1912 koos Hr. Ms. Gelderland andermaal zee ter aanvaarding van een oefeningstocht met de adelborst en 2de klasse, 8de afdeeling naar en in de Middellandsche Zee. Den 26sten d.a.v. te Palma aangekomen, werd den commandant van dezen bodem in verband met den oorlogstoestand op het Balkanschiereiland en de daarvan in Turkije te duchten gevolgen den 2den November telegraphisch order verstrekt onverwijld naar de Aegeïsche Zee te vertrekken ten einde zoo noodig te kunnen optreden ter bescherming van de Nederlandschë onderdanen in gemeld Rijk en in het bijzonder te Constantinopel.
Den 3den November van Palma vertrokken, bereikte Hr. Ms. Gelderland, na een kort oponthoud te Port Mahon en Malta den 10den November de haven van Smyrna. Den volgenden dag weer weder van daar vertrokken en den 13den November Constantinopel bereikt Aldaar verbleef Hr. Ms. Gelderland tot den 29sten Mei 1918, op welken datum de bodem de terugreis naar Nederland aanvaardde. Na van 4 tot 9 Juni d. a. v. te Tunis te hebben vertoefd en een kort verblijf te Gibraltar, bereikte Hr. Ms. Gelderland den 19den Juni 1918 de haven van Nieuwediep.
Hr. Ms. pantserschip Kortenaer den 19den Juni 1912 te Nieuwediep terug. Van den lOden tot den 31ten Juli d.a.v. maakte deze bodem een oefeningstocht in de Noordzee en den Noord-Atlantischen Oceaan, op welken tocht van den 20sten tot den 25sten dier maand een bezoek werd gebracht aan Bergen. In verband met den loop van den Balkanoorlog vertrok Hr. Ms. Kortenaer den 4den November 1912 van Nieuwediep naar zee met eerste bestemming naar Algiers, ten einde aldaar nadere orders af te wachten omtrent de verdere voortzetting van de reis naar de Turksche wateren, ten doel hebbende zoo noodig te kunnen optreden ter bescherming van de Nederlandsche onderdanen in de aan de Middellandsche Zee gelegen plaatsen van Turkije.
Den 12den November te Algiers aangekomen, vertrok Hr. Ms. Kortenaer, na ontvangst van bedoelde orders, den volgenden dag weder van daar, deed op den loden d. a. v. Malta aan en bereikte den 19den dier maand de haven van Smyrna. Alhier verbleef Hr. Ms. Kortenaer tot den 28sten Mei 1913, op welken datum deze bodem van Smyrna vertrok met bestemming naar Constantinopel ter aflossing van het aldaar gestationneerde pantserdekschip Gelderland. Na laatstgenoemden bodem in de Besika baai te hebben ontmoet, kwam Hr. Ms. Kortenaer den 31sten Mei 1913 te Constantinopel aan.
Hr. Ms. pantserschip Heemskerck, den l0den Juni 1912 van Nieuwediep vertrokken voor een oefeningstocht in den Noord-Atlantischen Oceaan en de Deensche wateren, bracht een bezoek aan Odde en Copenhagen en keerde den 24sten Juni d.a.v. te Nieuwediep terug. Den 12den Augustus d. a. v. vertrok Hr. Ms. Heemskerck van Nieuwediep met bestemming naar Antwerpen, ten einde aldaar aanwezig te zijn tijdens het bezoek aan die stad van H.H. M.M. den Koning en de Koningin der Belgen. Den 13den d. a. v. te Antwerpen aangekomen, vertrok Hr. Ms. Heemskerck den 16den weder van daar en viel den daarop volgenden dag te Nieuwediep binnen.
Den 8sten Januari 1918 koos Hr. Ms. Heemskerck andermaal zee ter aanvaarding van een oefeningstocht met de zeemiliciens in de Middellandsche Zee. Na een bezoek te hebben gebracht aan Barcelona, Napels, Villefranehe en Algiers, keerde deze bodem den 7den Maart 1913 te Nieuwediep terug. van den in Mei 1912 aangevangen oefeningstocht keerde Hr. Ms. pantserschip Evertsen den l6den Juni d.a.v. te Nieuwediep terug.
Deze bodem maakte van 11 tot 31 Juli 1912 een oefeningstocht in de Noordzee en den Noord-Atlantischen Oceaan. op welken tocht achtereenvolgens te Wiek, Thurso, Oban en Glasgow werd vertoefd. Den 26sten Mei 1913 vertrok Hr. M. Evertsen andermaal naar zee ter aanvaarding van een Oefeningstocht in de Noordzee en den Noord-Atlantischen Oceaan. Na een bezoek te hebben gebracht aan de Noorsche Stor en Nordfjorden en aan Bergen, kwam Hr. Ms. Evertsen den 16den Juni 1918 weder te Nieuwediep binnen.
Hr. Ms. pantserschip Piet Hein in dienst opgelegd te Willemsoord, werd den 22sten April 1913 voor den actieven dienst beschikbaar gesteld ten einde o.a. te worden gebezigd als doel voor aanvalsoefeningen der torpedobooten.
Hr. Ms. schoener Zeehond, belast met het politietoezicht de zeevisscherij werd den 18den December 1912 uit dienst gesteld. Hr. Ms. schoener Dolfijn, eveneens met bedoeld toezicht belast, werd op 6 November 1912 te Amsterdam in dienst opgelegd en 22 Februari 1918 weder voor den dienst beschikbaar gesteld, Hr. Ms. monitor Reinier Claezen werd 22 April 1913 uit dienst gesteld.
Hr.Ms. riviervaartuig Rhenus, welke bodem ten gevolge van eene aanvaring op de Waal op 5 September 1912 was gezonken en na te zijn gelicht op 16 Januari 1913 te Hellevoetsluis werd aangebracht, wordt geacht te zijn uit dienst gesteld op 6 November 1912, den datum waarop het bevel over dien bodem werd neergelegd.
Door Hr. Ms. onderzeebooten I en II werden de vaaroefeningen geregeld voortgezet, Hr. Ms. onderzeeboot III, gebouwd bij de Koninklijke Maatschappij „de Schelde", kwam gereed en werd 11 Februari 1913 van gemelde maatschappij overgenomen en aan den chef van den dienst, der onderzeebooten overgegeven.
Ten gevolge van de opheffing van het wachtschip te Amsterdam, werd Hr. Ms. Admiraal van Wassenaer den 1sten Januari 1913 uit dienst gesteld.
Hr. Ms. wachtschip Adolf Hertog van Nassau. Hr. Ms. instructieschepen Van Galen, Koningin Emma der Nederlanden, Van Spyk, Bellona, Atjeh, Schorpioen en Hr. Ms. logementschip Bonaire bleven met gelijke bestemming in dienst.
Den 26sten October 1912 werd Hr. Ms. Neptunus in de directie Willemsoord in dienst opgelegd. Sedert 4 Maart 1913 doet deze bodem weder dienst als logementschip voor zeemiliciens. De voor de practische oefeningen der adspirant-machinisten gebezigde kanonneerboot Bulgia werd op 8 Augustus 1912 uit dienst gesteld. Den 30sten April 1913 werd deze bodem voor gelijk doel weder in dienst gesteld.
Van de kanonneerbooten, bestemd voorde practische oefeningen der adelborsten, werden Hr. Ms. Evertsen en Das den 29sten Juli 1912 en Hr. Ms. Havik den 2den October d.a.v. uit dienst gesteld. Voor dezelfde oefeningen werden deze drie bodems den 20sten Mei 1918 weder in dienst gesteld.
De aan Hr. Ms. Bellona toegevoegde kanonneerboot Spencer werd 18 September 1912 aan gemeld artillerie-instructieschip onttrokken en voor het houden van schietoefeningen toegevoegd aan Hr. Ms. wachtschip te Willemsoord. Den 30sten April 1913 werd deze kanonneerboot andermaal aan Hr. Ms. Bellona toegevoegd. Hr. Ms. kanonneerboot Heffing, eveneens aan Hr. Ms. Bellona toegevoegd, werd 9 September 1912 aan gemeld artillerie Instructieschip onttrokken. Op dien datum werd Hr. Ms. Heffing ten behoeve van de schietoefeningen der kanonniers te Hellevoetsluis naar die directie gedirigeerd. Na afloop van deze oefeningen keert deze bodem weder naar Willemsoord terug en werd den 28sten October 1912 aldaar uit dienst gesteld.
Den 26sten Maart 1913 werd Hr. Ms. Hefring weder in dienst gesteld en toegevoegd aan Hr. Ms. logementschip Neptunus. De aan Hr. Ms. Neptunus toegevoegde kanonneerboot Wodan werd hij uitdienststelling van gemeld logementschip op 26 October 1912 toegevoegd aan Hr. Ms. wachtschip te Willemsoord Voor de wintervaaroefeningen
Den 1sten Maart 1913 word Hr. Ms. Wodan ten behoeve van de schietoefeningen der kanonniers te Hellevoetsluis naar die directie gedirigeerd. Na afloop van deze oefeningen keerde deze bodem naar Willemsoord terug en werd den 18den April 1913 toegevoegd aan Hr. Ms. Bellona.
Nadat Hr. Ms. kanonneerboot Braga den 22sten April 1913 als mijnenvisscher was in dienst gesteld, vertrok deze bodem ter bekwaming van de bemanning voor de haar wachtende taak naar Hellevoetsluis. Nadat Hr. Ms. Braga den 7den Juni d.a.v. weder was teruggekeerd te Willemsoord, werden de oefeningen aldaar voortgezet.
Hr. Ms. kanonneerboot Bever bleef als stationsschip te Vlissingen gehandhaafd. Hr. Ms. mijnenleggers Hydra en Medusa bleven in dienst.
Hr. Ms. torpedobootjagers Jakhals en Bulhond werden respectievelijk op 23 Juli en 5 Augustus 1912 in dienst gesteld. Den 20sten Augustus d.a.v. vertrokken deze bodems van Nieuwediep naar zee ter aanvaarding van de reis naar Oost-Indië. Na op deze reis te Vigo, Malaga, Malta, Suez, Aden en Colombo te hebben vertoefd, werd den 2den November 1912 de haven van Sabang bereikt.
Met het in dienst zijnde gedeelte der torpedovloot werden de oefeningen en vaartochten geregeld voortgezet. Van de in Juli 1912 gehouden 2 X 24-uurstochten werd gebruik gemaakt om door een der groepen torpedobooten een bezoek te doen brengen aan Hull. Voorts werd van 5—15 Augustus 1912 door een groep torpedobooten deelgenomen aan het politietoezicht op de zeevisscherij, terwijl door een tweetal groepen van 3 tot 8 Mei 1913 te Brugge werd vertoefd.
Hr. Ms. opnemingsvaartuig Raaf, gebezigd ten dienste 'van de militaire hydrographie, werd den 16den October 1912 te Hellevoetsluis uit dienst gesteld. Deze bodem werd, evenals Hr. Ms. opnemingsvaartuig Greep, den 1sten April 1913 voor gemeld doel weder in dienst gesteld.
Aan de van 2 tot en met 13 September 1912 gehouden gecombineerde oefeningen tusschen schepen, torpedobooten en militaire kustwachtposten werd deelgenomen door Hr. Ms. pantserschepen Heemskerck, Kortenaer en Evertsen, Hr. Ms. pantserdekschip Gelderland, vier groepen torpedobooten en Hr. Ms. onderzeebooten I en II, terwijl voorts een viertal groepen militaire kustwachtposten bij deze oefeningen waren betrokken.

Geen opmerkingen :