woensdag 8 augustus 2012

De ontwikkeling van de radio verbindingsdienst 2

De geschiedenis van de radio- en verbindingsdienst 2
Overgenomen uit Vast Werken, het officieel orgaan van de AVOM (Algemene Vereniging Oud-personeel van de koninklijke Marine), juni 2003
Kortegolf succes.
Een belangrijk jaar in onze radiogeschiedenis is 1924, toen de eerste kortegolfbeproevingen in Indië plaatsvonden. De eerste kortegolfradioverbinding vond plaats op 29 juni 1926 tussen Soerabaja en Amsterdam. Spoedig wist men de wereld radiografisch te omspannen. De eerste grote afstandverbinding met schepen kwam in 1927 tot stand tussen Hr. Ms. Sumatra in de omgeving van Shanghai en Amsterdam. De eerste aanzet tot de oprichting van een radiodienst ten behoeve van de vliegdienst geschiedde ook in deze roemrijke jaren. Op het in dienst gestelde marinevliegkamp Moro-krembangan als hoofdbasis van de MLD werd een langegolfradio zend-en ontvangstation ingericht, waarmee, dankzij voor die tijd vrij grote vermogen van 3 1/2 kilowatt, binnen een groot deel van de Indische Archipel goede verbindingen tot stand werden gebracht.
Het grondstation Moro-krembangan bestond uit een lampenzender van het push/pullsysteem zoals geleverd door de Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum met een daarbij behorend ontvangststation. Het had een golfbereik van 200 tot 2000 meter; de grootste verbindingsaf­stand welke ooit werd behaald was circa 1.500 kilometer.
De radiotoestellen uit de beginperiode van de draadloze telegrafie waren veel te groot en te zwaar om in vliegtuigen te worden ingebouwd. In de jaren '20 begon men met proefnemingen met kleinere apparatuur, die resulteerden in radio-installaties die in 1927 konden worden ingebouwd in de Dornier-Wal vliegboten in Indië. Aanvankelijk opereerde men op de lange golf, doch in 1929 begon men met de inbouw van korte-golfinstallaties. Voor navigatievluchten en voor correspondentie met vliegtuigen werd als golflengte de 400 meter gebruikt. Voor oefeningen bommen werpen werd gewoonlijk de 800 meter toegepast.
De juiste toepassing ?
Rond 1929 zien we, naast de technische ook andere ontwikkelin­gen plaatsvinden, welke nauw samenhingen met het gebruik van de radio. Men begon zich af te vragen of de radio nu wel op de juiste wijze werd gebruikt. Uit de literatuur en uit de oefeningen met het eskader hadden zich ideeën gekristalliseerd welke ertoe leidden dat het gebruik van de radio meer aan banden werd gelegd, teneinde het gevaar van berichten onderscheppen zo klein mogelijk te maken. Het zou nog enige jaren duren voordat er een tastbaar resultaat was.
Dit geschiedde in 1934 toen de Commandant Zeemacht in Indië bepaalde dat er in zijn commandement op alle schepen en inrichtingen één officier, de verbindingsofficier, belast moest worden met het optische seinwezen en de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van de berichtgeving.
De marinestaf zorgde er ook voor dat er geheimschriften werden gemaakt. Deze waren nooit op erg wetenschappelijke manier opgesteld. Een marinecode bestond al lang, maar men realiseerde zich dat veiligheid niet mocht gaan ten kosten van de snelheid van de berichtgeving. Degenen die met de codes mochten omgaan waren alleen de verbindingsofficieren, met alle bezwaren van dien wanneer er in tijden van spanning veel codeverkeer was.
Op een hoger plan.
De divisie onderzeeboten heeft in Indië er zeer toe bijgedragen om de radioverbindingorganisatie op een hoger plan te brengen. De resultaten waren onder andere het toepassen van verkorte seinprocedures en het meer vertrouwen krijgen in de omroepprocedure. Dit was natuur­lijk alleen maar te bereiken indien er constante zenders werden gebruikt. Dit bleek al vrij spoedig nadat de onderzeeboten waren voorzien van gestuurde zenders. Al deze organisatorische vernieuwingen maakten het noodzakelijk dat de voorschriften daarmee gelijke tred zouden houden.
Einde van de toplamp.
toplamp In 1938 traden nieuwe Bepalingen Radiodienst in werking. Het optische seinwezen kreeg bij de samensternng van de zogenaamde 'Seininstructie' de belangstelling die haar toekwam. Lange tijd was de toplamp het optische communicatiemiddel bij duisternis, waarmee seiners bijzondere resultaten boekten. Toen het optische seinwezen herordend werd, had dit tot resultaat dat de grote vaardigheid van de seiners enigszins verloren ging. Er mocht immers geen bericht worden gewisseld zonder toestemming van de verbindingsofficier.
Het 'praten' via de toplamp vond niet meer plaats De winst was echter meer discipline, wat op den duur altijd zijn vruchten afwerpt. Ondertussen was ook de 'Aldis' ingevoerd en werden nieuwe schepen met zogenaamde dagseinlampen uitgerust Voor het seinen met vlaggen werden de internationale seinvlaggen gebruikt. Het ene na het andere seinboek verscheen. Met de ontwikkeling van de tactiek en dus wijziging van de tactische voorschriften, ging hand over hand de wijziging van de seinhoeken.
Aldislamp.
toplamp Draagbare dagseinlamp, waarbij het licht tot een smalle bundel wordt geconcentreerd door middel van een reflector. Hij is aangesloten via een vaste weerstand op het scheepsnet of op een verplaatsbare accu, waarboven zich een richtvizierkijker bevindt; morseseinen worden gegeven door de lichtbundel d.m.v. het bewegen van de concave spiegel beurtelings te richten op, en af te wenden van de seinontvanger
Radio- verbindingsdienst.
Op 1 november 1938 werd de chef van de marine radiodienst tevens belast met de leiding van de verbindingsdienst. De laatste jaren begon zich de techniek snel te ontwikkelen. De bezuinigingsperiode belette ons met deze evolutie mee te gaan. In 1940 kwam er echter geld beschikbaar. Snel werd modern materieel aangeschaft, met niet alleen alle voordelen, maar ook de nadelen omdat personeel was opgeleid met het oude materieel. Van de toenmalige telegrafisten werd dus, uit technisch oogpunt gezien, zeer veel geëist.
Wat betreft de walstations was de situatie nu zo, dat men in Willemsoord, Amsterdam, Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en Terschelling radiostations had. De schepen, dicht onder de kust onderhielden verbinding met de stations van de Commandant Maritieme Middelen, de overige schepen en de vliegtuigen werden door Amsterdam bediend. In Nederlands Indië had men walstations te Batavia, Tandjong Priok, Soerabaja, Balikpapan, Tarakan en later Ambon en Moro-krembangan.

Geen opmerkingen :