vrijdag 10 augustus 2012

De ontwikkeling van de radio verbindingsdienst 3

De geschiedenis van de radio- en verbindingsdienst 3
Overgenomen uit Vast Werken, het officieel orgaan van de AVOM (Algemene Vereniging Oud-personeel van de koninklijke Marine), juni 2003
De telex.
Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog deed de telex haar intrede in Nederland. De grote en kleinere marine commandementen werden daarmee op efficiënte wijze met elkaar verbonden. In Den Haag werd een ontvangstation in het gebouw van de Hydrografie geïnstalleerd, van waaruit men de zenders in Amsterdam bediende.
De eerste onderofficieren van speciale dienst verschenen, onder andere voor de telefooncentrales en codekamers. In het geheim werd een radioverbinding met de Admiraliteit onderhouden voor het treffen van voorbereidingen voor een mogelijke evacuatie, die tenslotte in 1940 zou plaatsvinden. De Dutch Naval Liaison Officer bij de Britse Admiraliteit heeft dan ook tot het laatste toe verbinding kunnen onderhouden door middel van een tijdig georganiseerde radioverbinding.
Toen de Duitsers in Den Haag kwamen werd deze verbinding gesloten. Daarmee eindigde de organisatie van de ver­bindingsdienst in Nederland. Natuurlijk gingen de schepen welke geëvacueerd waren, door met het onderhouden van verbindingen, maar dan in de Engelse organisatie. Een Brits Liaison Team, bestaande uit een officier, enige seiners en telegrafisten kwamen aan boord van de schepen.
Het verre Oosten.
n Nederlands Indië kwam een nieuw station te Soerabaja op Darmo klaar, waarmee verbinding met het eskader en andere walstations plaats vond. De verbinding van Soerabaja met Batavia ging per telegraaflijn.
De verbindingsbureaus werden bezet met officieren van speciale diensten en vrouwelijk burgerpersoneel. De toenmalige chef van de marine radiodienst in Nederlands Indië en de verbindingsofficieren van de Commandant Zeemacht en de Commandant Marine Soerabaja hebben al het mogelijke gedaan de verbindingen aan hun doel te laten beantwoorden.
Een gedeelte van de verbindingsdienst evacueerde naar Colombo en Australië. In Colombo werd een verbindingsbureau ingericht. Vele telegrafisten zullen zich Beach View herinneren, een grote villa, gelegen aan zee. Van hieruit werd verbinding onderhouden met de schepen onder administratief bevel van de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten Oosten. De tactische berichtgeving ging via de Engelse organisatie.
De verbinding met Engeland, dus met de bevelhebber der zeestrijdkrachten, ging via Engelse verbindingen, met Australië via Beach View en het nader te noemen Craegieburn. De samenwerking met de Engelsen was voortreffelijk. Later werd, na het arriveren van twee moderne Amerikaanse zenders, de beschikking gekregen over een ruimte in het Engelse zendstation zodat Beach View verder alleen als ontvangststation werd gebruikt.
Deze situatie bleef tot augustus 1946 bestaan toen de Koninklijke marine uit Colombo wegtrok. In Australië wist men nog enige tijd verbinding te onderhouden met Toebal en Bobo tot zij verloren gingen. Daarna bleef Merauke over. Eerst werd gebruik gemaakt van een RAF-station maar in juli 1942 kwam het eigen station Craegieburn, op ongeveer 20 mijl van Melbourne in dienst. Van hieruit werd verbinding met Colombo en intelligence parties onderhouden, welke naar Nederlands Indië werden gezonden.
Naderhand werd hiervoor een doorzendstation op Batchelor bij Darwin gebruikt. Er werd ook ver­binding met Brisbane onderhouden, waar het Amerikaanse hoofdkwartier was en waar ook later de NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service) was gevestigd.
Brevet wordt dienstvak.
Een belangrijke wijziging in de personeelsorganisatie tijdens de oorlog was het instellen van het dienstvak seiner in 1942, waarmee het brevet seiner werd opgeheven. De eerste onderofficieren werden gerekruteerd uit kwartiermeesters en matrozen met brevet seiner. Eindelijk kreeg dit dienstvak de status welke het toekwam. In deze periode valt ook de aanmaak van een geheel nieuwe marinecode.
Het laatste oorlogsjaar.
In april 1944 kwam in Hollandia het eerste station op bevrijd gebied in de lucht. Kleinere stations volgden, totdat half oktober 1945 het marinewalstation te Batavia kon worden geopend. Daarmee werd verbinding gemaakt met andere marinestations in Nederlands Indië. Voorts met Melbourne, Darwin, Colombo en Nederland.
Volledigheidshalve moet nog worden vermeld dat Hr. Ms. Tromp gedurende de eerste dagen van de bevrijding deze verbindingen waarnam met uitzonderlijke resultaten, totdat het walstation gereed was.
In januari 1946 kwam, na veel moeilijkheden het station van Soerabaja weer in de lucht. Ondertussen waren ook de stations in Tandjong Priok, Sabang, Palembang, Balikpapan, Tarakan, Makassar, Koepang, Ambon, Moro-tai, Biak en Woendi opgericht. In Soerabaja en Batavia werden werkplaatsen en magazijnen opgezet, zodat ook de schepen weer geholpen konden worden.
Na de bevrijding van Zuid Nederland traden de eerste oorlogsvrijwilligers aan, waaruit telegrafisten en seiners werden geselecteerd om te worden opgeleid op HMS Scotia in Ayr in Schotland. Ondertussen had men in Londen al voorbereidingen getroffen voor een nieuw verbindingssysteem na terugkeer in Nederland.
In september 1945 werd een nieuw verbindingsbureau van het ministerie van marine in gebruik genomen. Een telexcentrale kwam tot stand evenals een radiostation in Oegstgeest, waarmee men verbinding met Nederlands Indië maakte.
Naoorlogse ontwikkelingen.
Bij beschikking van de minister van marine van 27 juli 1946 kwam de splitsing tot stand tussen de gebruikers en de onderhoudsinstantie van de radio, te weten de verbindingsdienst als afdeling van de marinestaf en de elektronische dienst welke zou gaan ressorteren onder de hoofdafdeling materieel. De opzet en organisatie van de verbindingsdienst maakte het noodzakelijk zo spoedig mogelijk de opleidingen te hervatten en het onderwijs te richten op de specifieke taken en functies in de respectievelijke dienstvakken.
Dit leidde tot vier dienstvakken : telegrafisten en vliegtuigtelegrafisten, seiners, codeurtelexisten en telefonisten. Nieuwe gebouwen op het Marine Etablissement te Amsterdam werden hierbij in gebruik genomen. Hiermee werd tevens de bakermat, de verbindingsschool der Koninklijke marine gesticht voor de nieuwe generaties van verbindingsofficieren, telegrafisten etc., inclusief het Korps Mariniers.
Vlak na de oorlog vond de verbinding met schepen van de Koninklijke marine plaats vanuit een klein station dat was opgetuigd in het flatgebouw Dennehoeve te Den Haag, waar het hoofdkwartier van de CZMNED was gevestigd.
De zenders stonden in Oegstgeest zodat zij vanuit Den Haag werden gesleuteld. Hiervoor werd gebruik gemaakt van het zogenaamde 'linknet', een frequentie-gemoduleerd radionet, dat de belangrijkste marinecommandementen in Nederland met elkaar verbond, gedeeltelijk als reserve, indien het telexnet verbroken mocht zijn.
Einde van de Indische periode.
In Nederlands Indië waren de vaste mobiele verbindingen behoorlijk zwaar belast door de politionele acties. De Mariniersbrigade met hun voortreffelijk verbindingsmaterieel en goed getrainde telegrafisten liet van zich horen.
In 1949 werd in Hollandia een radiostation opgericht, aangezien men de liquidatie van de Koninklijke marine in het toen zelfstandig wordende Indonesië zag naderen. In oktober 1950 ging het walstation Soerabaja over naar de Aligkatan Laut Republik Indonesia (ALRI). Voor Djakarta geschiedde dit in november van dat jaar.
De afdeling Zeemacht van de Nederlandse militaire missie kreeg daarop van de ALRI materieel in bruikleen voor het maken van verbindingen met Nederland, Nieuw Guinea, Djakarta, Soerabaja en de 'missieschepen'.
Op 15 en 16 augustus 1951 sloten de radiowalstations van Soerabaja en Djakarta. De verbinding Djakarta - Nederland werd voortaan onderhouden via de verbindingsdienst van het Hoge Commissariaat. Dit betekende wel het einde van de verbindingsdienst in het Oosten, waarvan velen gedurende een periode van ongeveer veertig jaar hun beste krachten hadden gegeven.

Geen opmerkingen :