woensdag 4 april 2012

Rode Matrozen 016

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
De relatie met de Marineleiding vervolg
Terwijl de economische situatie voor veel matrozen niet beter werd en de godsvredepolitiek van de SDAP steeds meer onder druk kwam te staan, dacht de B.V.M.M.P niet aan een ander beleid. Ook in 1916 en 1917 verzonden de bonden weer verschillende verzoekschriften aan de minister van Marine.
Zoo vroeg de bond onder meer om verbetering van de bepalingen van het weduwen- en wezenfonds en om een mobilisatietoelage voor schepelingen die op de opleidingen en in Indië dienden.
Andere petities handelden over traktementverhogingen en om verhoging van de keerkringstoelage (net zoals de officieren die kregen). Andere onderwerpen waren onder andere de duurtetoeslag, het verstrekte brood in IJmuiden en de wasgelegenheid bij de torpedodienst.
Het jaar 1917 was ook het jubileumjaar voor de B.V.M.M.P. Deze vierde op 22 januari zijn twintigjarig bestaan. Op een bijeenkomst in Den Helder van 700 mensen spraken het SDAP-Kamerlid A.B. Kleerekoper en Jan van Zutphen namens het NVV
Begin 1917 was er een aanleiding om verbetering van de salarissen op de politieke agenda te krijgen. De overheid stelde een Staatscommissie in om de salarissen van rijksambtenaren te herzien. Het behoorde echter niet tot de taak van de commissie om zich ook over de salarissen van het marine- en landmachtpersoneel te buigen.
Daarom nam de Bond van Korporaals het initiatief om samen met Voorwaarts, de Algemeene Bond' en de B.V.M.M.P op 1 mei het zogeheten Salariscomité op te richten. Het ging overigens niet alleen om de achterstelling van militairen bij de overige ambtenaren, maar ook om de omstreden soldijwet van 1913.
De duurtetoeslagen waren volstrektvolstrekt onvoldoende. Voor het eerst traden de vier bonden gezamenlijk op. Ze vroegen de minister van Financiën om de lonen van het marinepersoneel te herzien en daarvoor een commissie in te stellen bestaande uit vertegenwoordigers van de bonden. Het Salariscomité mocht één vertegenwoordiger aanwijzen. De B.V.M.M.P had naast verbetering van de salarissen een ander doel : erkenning door de minister van Marine. De bond vroeg de minister van Marine in een aanvankelijk geheim gehouden telegram om een eigen vertegenwoordiger. De andere bonden waren het hier niet mee eens. De minister besloot echter op het verzoek van de B.V.M.M.P in te gaan. Het resultaat was een breuk in het Salariscomité.
Op 5 december stelde de regering de commissie Idenburg in die aanbevelingen moest doen met betrekking tot de salarissen, ook van minderen, bij de Land- en Zeemacht. Namens de B.V.M.M.P nam de voorzitter, matroos 1e klasse J.H. Smith zitting. Het was de onderofficieren en minderen overigens niet toegestaan zich te bemoeien met de salarissen van de officieren. De soldijwet van 1913 zou niet tot tevredenheid van de bonden herzien worden. Nadat de commissie Idenburg haar eindrapport had ingediend, kwamen er enkele kleine verbeteringen bij de Marine. De marinebegroting werd met ƒ164.000 verhoogd om de salarissen te verbeteren.
In 1917 en 1918 zou de soldij van de dienstplichtigen bij de Marine, zoals we in een eerdere paragraaf zagen, verhoogd worden en konden ze een hogere rang bereiken." De lonen van de arbeiders op de Rijkswerven gingen met 2 cent per uur omhoog. De vergoeding voor het verblijf binnen de keerkringen werd verhoogd met 15%, er kwam een duurtetoeslag van ƒ 1,5 miljoen voor het hele personeel en de pensioenen werden verbeterd. De lonen bij de marine stegen tijdens de oorlog met zo'n 25%, terwijl de kosten van het levensonderhoud volgens schattingen met zo'n 80% stegen.
De salarisverhoging vormde voor de marinebonden een klein succes, ondanks de geringe effecten voor de matroos. Belangrijker was de deelname van de B.V.M.M.P aan het overleg. De minister beloonde de gematigde en Verantwoordelijke' houding van het bestuur. De weg naar opheffing van het verbod op bondsactiviteiten aan boord van de schepen en op de inrichtingen lag open.
Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :