dinsdag 3 april 2012

Rode Matrozen 015

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
De relatie met de Marineleiding vervolg
Het Anker deed dit af als 'gekkepraat'. Later zou Wijnkoop in De Tribune opnieuw de 'godsvredepolitiek' van het hoofdbestuur van de matrozenbond aanvallen, ditmaal onder verwijzing naar de verder in het volgend hoofdstuk te bespreken matrozenbetoging tegen de wantoestanden in het hospitaal te Soerabaja, die juist buiten de bondsleiding om plaats vond. Het Anker reageerde hier vervolgens op met een stukje getiteld 'Revolutionair'.. Daarin stelde het blad dat duidelijk bleek dat deze 'kwasterige beunhaas van organisatie geen benul heeft en van de heele marinebeweging niets afweet' Duidelijk was dat de B.V.M.M.P de onrust bij de landmacht aangreep om aan te tonen dat juist het bestaan van een bond als de B.V.M.M.P in moeilijke tijden voor rust zorgde. Dat bleek ook in de zomer van hetzelfde jaar bij de nasleep van de hospitaaldemonstratie in Soerabaja. De autoriteiten breidden naar aanleiding hiervan het Crimineel Wetboek van het Krijgsvolk te Water met een nieuw artikel tegen 'samenrotten. Het oorspronkelijk artikel luidde als volgt :
Indien een medepligtige aan eenige muiterij of Complot, dezelve openbaart vóór en aleer die op eenigerhande wijze zijn ontdekt geworden, zal aan den zoodanigen slechts eene ligte straffe worden opgelegd naar mate van de omstandigheden; hij zelfs, redenen daartoe dienende van alle straffe mogen vrijgesteld worden; inzonderheidheid zoo een of meer der overige medeplichtigen in handen van de Justitie geraken en van de misdaad overtuigd worden.
Daar werd nu aan toegevoegd artikel 92a:
Wanneer, buiten de gevallen in de voorafgaande artikelen van dezen Titel bedoeld vijf of meer schepelingen samenrotten om in vereeniging hun plicht te verzaken, worden zij, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de bijzondere door hem bedreven feiten gestraft met militaire gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
De B.V.M.M.P zag dit vooral als een verdere aantasting van het recht van vereniging en vergadering en zond daarom een petitie naar de Tweede Kamer omm hiertegen te protesteren. Het zou geen effect hebben. De bond had natuurlijk zelf nog actie kunnen ondernemen, maar de rolverdeling was steeds zo dat belangenbehartiging via de politieke partijen in de Tweede Kamer liep. Eigen acties op dit gebied zouden de geloofwaardigheid van de bond bij de marineautoriteiten aangetast hebben. Dat diende ten koste van alles voorkomen te worden.
Sympathie voor vanwege acties gestrafte en gearresteerde zeelieden was er ook niet. De 50 matrozen van de hospitaaldemonstratie in Soerabaja werden vastgehouden aan boord van het schip 'De Buffel', dat voor anker lag in Hellevoetsluis. In juli 1916 waren dertien zeelieden van boord gegaan. Al snel werd hun ontsnapping ontdekt. Sommige van de militairen die de achtervolging inzetten, kregen het bevel hun geweren met scherp te laden. Ternauwernood kon bij de aanhouding van de voortvluchtigen een bloedbad voorkomen worden. De sociaal-democratische soldaten- en matrozenorganisaties meldden het voorval, maar namen het niet voor de gevangenen op.
De Bond van Zeemiliciens functioneerde in wezen op een zelfde manier als de B.V.M.M.P. De Algemene Ledenvergadering van 19 en 20 april 1916, die als bestuursleden G. Seijgers (voorzitter), V.d. Wal (eerste secretaris), CA. Wessels (tweede secretaris) en als commissarissen Jansen en Kuperus koos, besloot een aantal rekesten te verzenden. Zo kreeg de minister van Marine het verzoek om ook de op opleidingsschepen geplaatste miliciens een mobilisatietoeslag te verlenen, die andere marinemannen wel kregen. De toeslagen bedroegen in dat jaar : bijlage 3
Tevens verzocht de bond dat :
Voor het opruimen van mijnen zooveel mogelijk zij worden gebruikt, die zich daarvoor vrijwillig opgeven en dat hun, ter aansporing daarvoor, een premie wordt toegekend; dat aan hen, die op mijnenleggers varen een toelage voor gevaarlijk wordt gegeven; dat wanneer Uwe Excellentie dit zou bepalen, gevallen van dienstweigering door vrees in de toekomst zeer waarschijnlijk zijn.
Kenmerkend was dat de vergadering een motie die protesteerde tegen het intrekken van de verloven wel aannam, maar daar verder geen vervolg aan gaf.
De activiteiten rond het algemeen kiesrecht kenden eveneens een gematigd karakter. De B.V.M.M.P volgde daarin de SDAP. In de tweede helft van 1916 voerden de sociaal-democraten diverse acties voor het algemeen kiesrecht, daarbij inbegrepen dat voor militairen. De B.V.M.M.P was bij betogingen aanwezig met afgevaardigden en vaandel.
Dat gebeurde bijvoorbeeld op zondag 17 september. Op deze grote door de SDAP georganiseerde kiesrechtmanifestatie colporteerden de matrozen ook met Het Anker.
De bond verzond samen met de Bond van Korporaals, de Bond van Zeemiliciens/ Bond voor Militie- en Landstorm-plichtigen en de sociaal-democratische mobilisatieclub van Den Helder, een verzoek aan de minister van Binnenlandse Zaken, dat aandrong op een aantal maatregelen.
Een van die eisen was dat voorkomen moest worden, dat militairen van de kiezerslijst werden afgevoerd vanwege hun detachering buiten de woonplaats.
In de Tweede Kamer was de discussie over het algemeen kiesrecht inmiddels in volle gang. Ook de positie van militairen kwam ter sprake. Het kiesrecht voor de gewone soldaat of matroos bleek een moeilijk punt, de wetgever wilde in eerste instantie de mogelijkheid open laten om dit recht voor hem binnen de kazerne of op een oorlogsbodem te kunnen schorsen.
Er rustte een taboe op het bedrijven van politiek op de kazerne en op de vloot. De B.V.M.M.P was er niet gerust op : 'Niets belet dus den Wetgever, het kiesrecht onder zekere omstandigheden te schorsen voor den soldaat en het door de officieren te doen behouden.'
In Het Anker, van 2 december 1916 verweet Michels de SDAP zich niet voldoende ingezet te hebben voor het kiesrecht van militairen : 'Het was noodig, dat de afdeling Den Helder dier partij op het Congres een amendement indiende, dat zelfs niet eens geestdriftig werd ontvangen.' Later zou het kiesrecht voor militairen toch geregeld worden. In juli 1918 konden in principe alle militairen en matrozen zonder voorbehoud het recht om te stemmen uitoefenen.
Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :