maandag 2 april 2012

Rode Matrozen 014

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
De relatie met de Marineleiding
Vooralsnog ging de marineleiding er vanuit dat de bond niet verder zou radicaliseren en dat de aankomende demobilisatie, waar velen in de militaire top van uitgingen, zou leiden tot opheffing van de organisatie. Toch zou de bond de minister voor problemen stellen. De miliciensbond verzette zich tegen het gedwongen meezenden van dienstplichtigen met de 'Kortenaer' naar West-Indië. Met de B.V.M.M.P protesteerden de miliciens heftig tegen de uitzending naar Oost-Indië. Daartoe bracht de Bond van Zeemiliciens een brochure uit met de titel Verzameling van Stukken betreffende de Uitzending van Zee-Miliciens naar de Tropen
Artikel 183 van de Grondwet bepaalde dat de dienstplichtigen ter zee tot de dienstplicht in de koloniën verplicht konden worden. Artikel 184 limiteerde dit door de bepaling dat dienstplichtigen alleen met hun toestemming daarheen konden worden gezonden. De praktijk was dat miliciens van dienst in de koloniën waren gevrijwaard; toch zou het hier in 1916 van komen.
Hoewel de sociaal-democraten een voorkeur hadden voor een volksleger, waren de bonden bang dat er een poging gedaan werd om de 'rode beroeps' van de vloot te vervangenn door dienstplichtigen en dat het met een verwijzing naar de bijzondere oorlogsomstandigheden niet bij deze uitzondering zou blijven.
Troelstra raadde Michels aan met het partijbestuur van de SDAP en met het NVV te praten. Dat leverde uiteindelijk niets op. De NVV-bestuurders hadden een soort plan van actie verwacht, maar dat was volgens Michels onmogelijk. Hij ontwikkelde een theorie dat de autoriteiten de moeilijkheden uitlokten omm vóór de vrede de marinebonden uit te schakelen. Voor dit doel maakten zij dan gebruik van de ontwikkelingen in Indië, waar de hoofdafdeling van de B.V.M.M.P radicaliseerde. Uiteraard was de matrozenbondvoorman, voorstander van de godsvredepolitiek', ook niet ingenomen met de gang van zaken in de kolonie.
De autoriteiten maakten geen onderscheid tussen het Indische en Hollandse deel van de bond. Het protest tegen het zenden van dienstplichtigen doorrde B.V.Z.M en B.V.M.M.P konden zij niet erg waarderen. Al snel verscheen in augustus 1916 een nieuwe circulaire van de opperbevelhebber van Land en Zeemacht die stelde dat het niet langer toegestaan was pamfletten, brochures of blaadjes van de Bond van Zeemiliciens in bezit te hebben, te lezen en te verspreiden aan boord van marineschepen en bij inrichtingen of onderdelen van de marine aan wal
De latere jaren: de verhoudingen worden toch beter beter.
De acties tegen het uitzenden van dienstplichtigen waren in principe uitzonderingen. In het algemeen stelden de rode bonden zich ten opzichte vann de regering en de marineleiding coöperatief op. Dat bleek eens te meer toen eind maart 1916 de periodieke verloven werden ingetrokken en er bij de landmacht problemen rezen. In verschillende steden en kampementen kwam het tot oproer onder de soldaten van de landmacht. De ontevreden militairen waren volgens de B.V.M.M.P :
Soldaten naar het hart van den Marine-minister, want zij hadden geen bond en stonden dus ook niet onder een bondsbestuur. Dan zou hij moeten erkennen, dat de Bond niet is een specifiek anti-militair tuchtondermijnend stel booswichten. Dan zou hij tot de logische gevolgtrekking moeten komen, dat de Bond zijn leden plichtsbesef leert en dat het daaraan te wijten is, dat de schepelingen op de vloot een andere houding aannamen ten opzichte van de verlofregeling dan de landmacht.
De matrozenbond nam genoegen met de argumentatie van de regering voor het intrekken van de verloven. Vervolgens meldde het hoofdbestuur zijn afdelingen via Het Anker 'dat van actie tegen de verlofsbeperking geen sprake kan zijn en verzocht alles te doen, om te zorgen, dat overal de kalmte en nuchterheid worde bewaard, noodig om in deze dagen een dergelijke opofferingg te dragen'. Dit kon natuurlijk op de nodige kritiek rekenen vanuit de hoek van het revolutionair-socialistische blad De Tribune. Dat blad vond de matrozenbond veel te goed van vertrouwen en waarschuwd dat de ontevreden stemmen die opklonken uit verschillende B.V.M.M.P-afdelingen binnenkort wellicht geen genoegen meer zouden nemen met de gematigde standpunten van het bondsbestuur. Ook na het optreden van mariniers tijdens de onlusten op fort Kijkduin bij Den Helder in april 1916 was het commentaar van De Tribune niet vleiend voor de B.V.M.M.P :
Er dient nog opgemerkt te worden, dat leden van den Bond van Minder Marinepersoneelsoneel zulke knechtendiensten het best bleken te kunnen opknappen. Dit zijn nu de resultaten van Hugenholtz, den vader van de B.V.M.M.P

Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :