donderdag 19 april 2012

De rode garde in Nederlands-Indië 01

De rode garde in Nederlands-Indië
De extreme levensomstandigheden van soldaat en matroos in Nederlands-Indië
Zo was er in ïndië een radicale afdeling van de Bond voor Minder Marine Personeel. Het was een van de redenen waarom de minister van Marine terughoudend was om de activiteiten van de bond weer toe te staan. Toen het bestuur in Den Helder afstand nam van het radicale hoofdafdelingsbestuur (HAB), bleek de minister tot toenadering bereid.
Wat waren de oorzaken van de militantere houding van de Indische B.V.M.M.P ? Hoe groot was zijn invloed ? In Nederland was er sprake vann een ontwikkeling van soldatenorganisaties. Was dat ook in Indië het geval ? In hoeverre waren inheemse soldaten en matrozen georganiseerd ?
In Nederland deed Troelstra in november 1918 een revolutiepoging, onder andere naar aanleiding van de onrust in het leger. Deden zich in Indië vergelijkbare ontwikkelingen voor ? Hoe veranderde het socialistische werk onder soldaten en matrozen na deze revolutionaire periode ? Voor de soldatenonrust in Nederland hebben we geanalyseerd hebben we geanalyseerd in hoeverre hier sprake was van muiterij
Dee militair in Nederland klaagde over allerlei arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. De dienst in het leger en op de vloot was niet populair. Maar vergeleken met de dienst in Indië staken deze condities gunstig af bij die van zijn collega in de tropen. Hier was alles extremer en slechter. Mensen tekenden dan ook niet zomaar. Sommigen meldden zich aan omdat ze iets op hun kerfstok hadden. Anderen hadden financiële overwegingen. Dienstplichtigen die als vrijwilliger tekenden, kregen boven op hun salaris een premie van ƒ 225,-.
Degenen die voor het leger in Indië tekenden, moesten zich melden in Harderwijk, waar het Koloniaal Werfdepot was gevestigd. Het depot had om bovengenoemde reden de naam 'het riool van Europa'. In 1909 sloot de overheid het depot en verplaatste het wervingsapparaat naar Nijmegen.
In 1918 had het Nederlands-Indische leger (KNIL) verder nog detachementen in Maastricht en Zutphen. De soldaat tekende voor vier jaar, maar bijtekenen in Indië betekende een hoger pensioen, een belangrijke voorziening in een tijd waarin bijna niemand een oudedagvoorziening had. Bovendien ontving de soldaat compensatie voor gevaren van de inzet. Deze waren er volop. In 1916 zetten de autoriteiten het korps bijvoorbeeld in bij ernstige ongeregeldheden in Djambi (Zuid-Sumatra). In dat jaar vielen 25 doden enn 135 gewonden bij militaire acties.
Militairen op weg naar Insulinde hadden gedurende de lange reis voldoende gelegenheid om over hun keuze na te denken. Sommigen kregen al snel spijt met als gevolg dat er problemen op de schepen ontstonden.
De omstandigheden waaronder de rekruten vervoerd werden, waren bovendien niet optimaal. De overheid was zuinig en comfort had niet de prioriteit.. De onderkomens waren benauwd en donker, het voedsel was slecht en onvoldoende, het water niet vers. Ook trad er verveling op. In 1918 braken aan boord van het handelsschip de Noordam vanwege deze erbarmelijke omstandigheden ongeregeldheden uit. Onder de passagiers bevonden zich 4800 militairen die getekend hadden voor Indië. Eén van hen schreef een lied, waarvan de eerste vier coupletten als volgt luidden :
Geachte Ouders en Familie,
Ik ben nog vroolijk en gezond,
De reis duurt nu pas veertig dagen,..
We loopen reeds als gekken rond.
Er zijn er ook wel 's gestorven,
De stuurman heeft zijn handen vol;
Al is het eten soms bedorven,
Toch hebben wij de grootste lol....


De reis was nog nauwelijks begonnen,
En eten was er toen volop,
— Drie aardappels en vijf heele boonen —
Je vraagt je af Hoe krijg je 't op,
Toch liepen er toen nog te klagen,
Er werd gezegd : 'Houdt nog wat vol,
Tot in Las Palmas over veertig dagen,'
Toch hadden wij de grootste lol....

Om d'and'ren dag aten wij haring
Zoo eet je ze in Holland niet,
Van buiten zuur en zout van binnen,
Hoe ze die krijgen, snap je niet,
Ze wordt dan ook haast niet gegeten,
Wij krijgen altijd oude kliekjes,
Toch hadden wij de grootste lol....


Haché hebben wij niet veel gegeten,
Ook dat hadden wij om d'andren dag
En rijst en soep niet te vergeten,
Met rijst,
zooalsj'in Holland niet meer zag;
Maar soms gaf 't snert in al die hitte,
Of bruineboonensoep, twee borden
Al waren die boonen — met permissie —...
Toch hadden wij de grootste lol...

Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :