vrijdag 30 maart 2012

Rode Matrozen 013

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
De eerste jaren : De relatie met de minister blijft gespannen.
De minister van Marine zag in de matigende houding van de bondsleidingg nog geen reden voor een soepeler beleid. Integendeel. Op 9 januari 1915 verbood hij het bondsblad Het Anker niet alleen aan boord, maar ook aan de wal. Mogelijk twijfelde de bewindsman aan welke richting de bond echt op zou gaan.
Er was namelijk een zich radicaliserende hoofdafdeling in Indië en in Nederland zelf negeerden zelfs leidinggevenden het verbod op vakbondsacties. Eind 1914 verstuurden twee bestuursleden een circulaire die opriep tot het opstellen van een petitie gericht aan de minister van Marine. Deze moest tevens dienen als ondersteuning van Troelstra's interpellatie betreffende de marinebegroting. Door middel van deze petitie verzocht de organisatie om teruggave van haar oude rechten.
Vanwege het verbod werden de twee initiatiefnemers op 25 januari 1915 ontslagen. Het ging om de bondsvoorzitter Hilbert Toering en de secretaris G. Muller. Toering was 36 jaar en hoefde nog maar vier jaar te dienen voor zijn pensionering. Bovendien was hij het juist geweest die had opgeroepen tot dee politiek van de godsvrede. Ook Muller had een uitstekende staat van dienst.
De contacten tussen de B.V.M.M.P en de 'Algemeene Bond van Onderofficieren der Koninklijke Marine en het Korps Mariniers', die tot 1915 weliswaar niet innig, doch wel regelmatig hadden plaatsgevonden, vielen door dit incident vrijwel weg.
Bovendien waren er meer acties. Een 180-tal soldaten had het gewaagd om een verzoek aan de admiraal van Hellevoetsluis te richten, waarin overweging van een verbetering in de zogeheten passagiersregeling (met verlof aan wal gaan) werd gevraagd. Het gevolg was dat alle 180 schepelingen gestraft werden. Ze zouden later worden vrijgesproken door het Hoog Militair Gerechtshof.
De bond stuurde petities aan de minister waarin deze pleitte voor een verhoging van de duurtetoeslag en voor het intrekken van het verbod op bondsactiviteiten aan boord. Hiervoor verzamelde de organisatie 1950 handtekeningen.
Bovendien nam de bond deel aan acties tegen de ontwerp-landstormwet en sloot deze zich aan bij een actiecomité, dat verder bestond uit de korporaalsbond, de zeemiliciensbond en de sociaaldemocratische mobilisatieclub Den Helder. Dit kwam op voor algemeen kiesrecht voor militairen.
Michels rekende ondanks genoemde acties op een verzoenende houding van de minister. Toen deze aanvankelijk uitbleef, schreef hij een eerste 'particuliere brief' aan Troelstra om de SDAP-fractie aan te zetten tot activiteiten tegen de uitzonderingsmaatregelen' van minister Rambonnet en tegen het ontslag van de twee bondsbestuurders. Het zou nog jaren duren eer minister en bond elkaar vonden.
Ook de dienstplichtigen die zich wilden organiseren kenden obstakels. Nadat in West-Indië aan boord van de 'Heemskerck' zeemiliciens zich voor het eerst spontaan organiseerden, richtten anderen later op 17 juni 1915 met hulp van de B.V.M.M.P de Bond voor Militie- en Landstormplichtigen bij de Zeemacht,, oftewel de 'Bond van Zeemiliciens' op.
Het was voor de dienstplichtigen verboden om de oprichtingsvergadering bij te wonen. Maar dat weerhield hen er niet van hun plannen door te zetten. De nieuwe bond, die binnen een halfjaar al 1.400 leden telde, hield kantoor in het bondsgebouw van de B.V.M.M.P. Desalniettemin zou deze formeel steeds blijven benadrukken los te staan van de 'roode bond'.
Dat zou de miliciensbond niet vrijwaren van enige tegenwerking door de militaire autoriteiten. Zo belette de commandant van 'de Ruyter' de vereniging een manifest te verspreiden. Toch zou de tegenwerking niet leiden tot een verbod.
In mei 1916 schreef Vice-admiraal W. Naudin ten Cate in een brief aan de opperbevelhebber van Land- en Zeemacht het volgende :
Toch zou het mij om doelmatigheidsoverwegingen niet wenschelijk voorkomen om zoolang de nieuwe Bond (van Zeemiliciens) zich nog eenigszins binnen de perken weet te houden - reeds thans over te gaan om zijn Correspondentieblad onder de aan boord verboden lectuur op te nemen en in 't algemeen dien Bond op denzelfden voet te behandelen als dien van Minder Marine-personeel Niet alleen zou hierdoor weer veel stof worden opgejaagd en een zekere propaganda in de hand worden gewerkt, maar bovendien is die Bond van Zeemiliciens toch bestemd om bij demobilisatie - althans voorloopig - te verdwijnen.
Geheel of gedeeltelijkovergenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :