woensdag 28 maart 2012

Rode Matrozen 012

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
Medische zorg en hygiëne.
Wat betreft de verschillen tussen Nederland en Indië mag aangenomen worden, dat vele schepelingen in de havens, of in de plaats waarheen zij zich gedurende hun periodiek verlof begaven, een vaste Verkering' hadden, die zorgde dat zij, wat de infectiemogelijkheden betreft, in betere conditie verkeerden dan hun collega's in Indië. Bovendien werd in Indië de 'hygiëne der genitaliën later ingevoerd dan op de vloot in Nederland. Verder vertonen de cijfers in Indië achteruitgang in 1915 , omdat er in die periode veel meer gepassagierd werd dan in de tweede helft van 1914.
Syndicalistische Acties.
Hardere acties tegen matige of slechte arbeidsvoorwaarden en omstandigheden kon de B.V.M.M.P zoals we zagen niet waarderen. Uiteraard was er helemaal geen respect voor meer politieke acties. Deze vonden toch plaats. Waarschijnlijk hadden deze veelal een syndicalistische achtergrond.
Het geeft aan dat radicale socialisten toch enige invloed bij de marine hadden. Een enkeling koos voor de dienstweigering, bijvoorbeeld de antimilitarist J(han)) de Haas die als veertienjarige jongen door zijn familie naar de marine gestuurd werd. Nadat de matroos derde klasse van alles ondernomen had om uit dienst te komen, besloot hij in november 1917 dienst te weigeren. Dit leverde hem uiteindelijk tien maanden gevangenisstraf op.
De Haas zou in 1921 bekend worden als één van de plegers (naast Leendert van der Linde, Piet Kooijman en Cornelis Eekhof) van de bomaanslag op het huis van een lid van de krijgsraad die de dienstweigeraar Herman Groenendaal veroordeelde.
Soms was er sprake van sabotage. Aan boord van de 'Zeeland' werden twee klemschroeven van rustpallen voor twee kanonnen vermist. De bond sprak er zijn afkeuring over uit en riep iedereen op de dader op te sporen. De motieven van de saboteur waren overigens niet duidelijk. Evengoed kon de sabotage veroorzaakt zijn door een kwajongensstreek van één van de vele dronken passagierende schepelingen.
Aan boord van de 'Noord Brabant' was in een sloeptakel gesneden. Het bijbehorende commentaar in Het Anker luidde 'dat wij georganiseerden een dergelijke daad tot in het diepst van het hart verfoeien'. Onder het motto 'daarom dus op je post' riep het blad de lezers op waakzaam te zijn.
Later in de oorlog zou Het Anker iets meer begrip tonen voor sabotageacties, zonder deze overigens goed te praten. Op de 'Rotterdam' waren de looden van S.B. en B.B. doorgesneden en meegenomen, het peilkompas was zoek en de seinvlaggen waren verdwenen. Al langere tijd broeide er iets onder de bemanning. Oorzaak : te weinig verlof, terwijl het optreden van een commandant katalyserend werkte.
De eerste jaren: de relatie met de minister blijft gespannen.
Zoals veel organisaties bracht de mobilisatie ook de B.V.M.M.P in de problemen. Veel bondsleden werden over verschillende inrichtingen en schepen verplaatst. Tezamen met de zichzelf opgelegde opschorting van vakbondsactiviteiten en de afnemende koopkracht resulteerde dit in een afnemend ledenaantal.
De contributie voor de bond bedroeg 15 cent per week voor leden in Indië en 10 cent per week voor de in Nederland verblijvende leden. Het bleek voor velen een te grote uitgave. Ook de SDAP-afdeling in Den Helder kende problemen. Zo verbood de plaatselijke commandant verschillendee openbare vergaderingen vanwege de 'staat van beleg'.
Een positief punt was de samenwerking met soldaten van de Landmacht. Met de sociaal-democratischee mobilisatieclub organiseerde de afdeling regelmatig discussie en ontspanningsavonden, bijvoorbeeld over de 'volkslegereisch' met Jacob van Gelderen als spreker. De mobilisatieclubavonden waren ook toegankelijk voor zeemiliciens en reservisten van de zeemacht. Diverse malen verzorgde Michels een inleiding. Mede hierdoor herstelde het ledental zich.
De B.V.M.M.P hoopte door zijn matigende politiek erkenning van de marineautoriteitenn te verkrijgen. Die was in augustus 1914 nog ver te zoeken. Op 1 februari van dat jaar verbood minister van Marine J.J. Rambonnet alle activiteiten van de Bond voor Minder Marine Personeel aan boord van de schepen. Hij was van mening dat er in de krijgsmacht geen plaats was voor een strijdvereniging. Dat was een zware slag voor het georganiseerde marinepersoneel.
Bij het begin van de mobilisatie bleef het verbod van kracht, ondanks de gesloten godsvrede. In navolging van de SDAP verklaarde ook de B.V.M.M.P uitdrukkelijk om alle kritiek achterwege te zullen laten gedurende de mobilisatie en niets te ondernemen dat de eenheid in het land of de neutraliteit zou kunnen schaden. Dit had zoals we zagen gevolgen voor het actievoeren ten behoeve van de verbetering van de positie der matrozen.
'De propagandavereniging 'Onze Vloot', een vurig bestrijder van de 'roode bond', bedankte de matrozen door hen sigaren aan te bieden. Volgens het Jaarverslag adviseerde het bestuur van de B.V.M.M.P zijn leden 'die gaven niet aan te pakken, omdat dit beneden de waardigheid van georganiseerde schepelingen is'. Hoewel niet algemeen, schijnen de matrozen dit advies goed te hebben opgevolgd.

Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :