zaterdag 24 maart 2012

Rode Matrozen 010

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
Rechtspraak door den gewoonen rechter
Dit hoeft vooral bij een defensief ingesteld leger, dat opereert binnen de eigen landsgrenzen, geen problemen op te leveren. Michels formuleerde de te stellen eisen als volgt :
1) Een wettelijk geregelde rechtspositie van alle militairen;
2) afschaffing van militaire krijgsraden in tijd van vrede en strafbaarstelling van militaire delicten in het gewone Wetboek van Strafrecht;
3) Naast de bevelvoerende officieren, strafopleggers, komt een tuchtraad bestaande uit vertegenwoordigers van alle rangen, om eventuele vergrijpen tegen de tucht te onderzoeken; onderzoeken;)
4) Evenals bij het strafrecht, gaat ook de tuchtstraf niet in, vóór in laatste instantie is beslist.
De matrozenbondvoorman zag dit niet gerealiseerd worden binnen het leger zoals dat op dat moment bestond, maar daarvoor diende dan ook een volksleger in de plaats te komen. Hij bekritiseerde daarbij Jaurès, omdat hijj in zijn l'Armée nouvelle geen schets had gegeven van hoe het straf- en tuchtrechtt in zo'n volksleger vormgegeven zou moeten worden.
Maar omdat volgens Michels in Frankrijk geen aparte militaire rechtspraak bestond, was daar ook minder noodzaak toe. Bovendien zou het tuchtrecht in een democratisch opgezet leger, zoals Jaurès dat voorzag, vanzelf veranderen, omdat de basis voor het oude militaire tuchtrecht zou komen te vervallen.
Was dit artikel op de toekomst gericht, andere publicaties gingen in op de dagelijkse gang van zaken. Op het einde van de oorlog gaf de B.V.M.M.P een brochure over de provooststraf, één over de tuchtraden en een propagandaschrift over deze kwestie uit. Mede had dat van doen met de toenemende criminaliteit. De zeekrijgsraad kreeg steeds meer zaken te behandelen.* (Zie de bijlage onderaan deze pagina)
Het totaal aantal zaken steeg met bijna 150%. Zoals bij de landmacht waren slechte levensomstandigheden en tuchteloosheid hiervan de oorzaken. Met name vermogensdelicten, maar ook typisch militaire vergrijpen als desertie en dienstweigering vormden het leeuwendeel van de zaken waar de rechters zich over bogen.
De toename van de criminaliteit was niet bijzonder. Eerder zagen we dat ook bij de landmacht en in de burgermaatschappij de cijfers explosief stijgen. Niemand had hier een antwoord op.
Medische zorg en hygiëne.
Evenals bij de landmacht vormde ook de geneeskundige dienst bij de marine een mikpunt van kritiek. Het Anker publiceerde nogal eens wat klachten. Een militaire arts achtte een soldaat met platvoeten in staat om gewoon mee te exerceren bij een militaire oefening. Na 20 minuten kon hij niet meer. De commandant slingerde hem op rapport vanwege ongehoorzaamheid.
De krijgsraad veroordeelde de ongelukkige soldaat tot vier maanden militaire gevangenisstraf. Tussen de soldaten die op ziekenrapport moesten, waren ook vaak mensen met een besmettelijke aandoening. Ze moesten wachten op een tochtige gang en iedere meerdere salueren, om uiteindelijk geholpen te worden door een onverschillige dokter.
In het militair hospitaal te Willemsoord was een soldaat opgenomen die zwaar ziek was. De dokter vertelde hem volgens Het Anker, 'kruip er maar goed onder, je zal er niet dood van gaan.' Later kwam de arts nog een keer langs en zei zonder de patiënt opnieuw te onderzoeken tegen een majoorziekenverpleger : 'Daar ligt hij nu, die mij wou te pakken nemen.' Uiteindelijk bleek de patiënt overleden door medische nalatigheid.
bijlage
Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :