zondag 18 maart 2012

Rode Matrozen 007

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
Overige organisaties van neutrale of confessionele huize richtten zich met name op onderofficieren en officieren. Het mindere personeel vonden zij vaak te ruw. Bovendien wensten de meeste katholieke en protestantse leidinggevenden geen zelforganisatie van mindere militairen. Dat was in een periode waarin er nog een grote scheiding bestond tussen de manschappen en de onderofficieren enerzijds en tussen de onderofficieren en de officieren anderzijds.
Bovendien vormden rangen en specialismen vaak weer reden een eigen bond op te richten. De namen van die andere bonden waren : de 'Algemeene Bond van Onderofficieren der Koninklijke Marine en het Korps Mariniers', de 'Torpedomakersvereniging 'Ons Vakbelang" (1902)) en de 'Bond van Monteurs der Koninklijke Marine' (1912). De neutrale 'Konstabel-vereniging der Zeemacht Bellona' organiseerde onderofficieren, maar zou in 1918 ontbonden worden toen ze nog slechts 51 leden had.
Verder was er nog de protestantse 'Nationale Christen Officieren Vereeniging' (NCOV), die een vlootpredikant aanstelde voor Den Helder. De 'Nationale Christen Onder-Officieren Vereeniging' organiseerde de onderofficieren, zowel voor vloot als landmacht.
Van alle voornoemde organisaties sprong de 'Algemeene Bond van Onderofficieren' het meest in het oog. Op 1 juni 1915 zou deze bond de naam van haar blad wijzigen van Ons Belang in Het Midden. De nieuwe naam zagen de onderofficieren als een adequate uitdrukking van de plaats - letterlijk aan boord - 'tusschen voor- en achteruit, tusschen meerderen en minderen'.
Gedurende de oorlogsperiode waren de meest opvallende activiteiten van de bond het bouwen van woningen door de Marine-Woningbouwvereniging en het oprichten van een levensmiddelen coöperatie.
Deze activiteiten sloten aan op een behoefte bestaand bij de leden. Bovendien had de 'Algemeene Bond' net als de andere bonden besloten om tijdens de oorlog haar acties op te schorten.
De onderofficieren kenden een vrij hoge organisatiegraad. Net zoals het mindere marinepersoneel stuurden ook de onderofficieren aan op verbetering van de arbeidsomstandigheden en voorwaarden. Ondanks hun rang voelden de onderofficieren dat hun positie vele overeenkomsten had met die van werknemers in de burgermaatschappij.
De neerbuigende houding van veel officieren zal hier zeker aan bijgedragen hebben. Bovendien waren de onderofficieren zich bewust van hun onmisbare rol tussen de officieren en het mindere personeel.
Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :