zaterdag 17 maart 2012

Rode Matrozen 006

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
Een organisatie die eveneens nauw verwant was aan de sociaal-democratie was de Bond van Korporaals der Koninklijke Marine (BVK). Deze was in 1911 opgericht door ontevreden korporaals die uit de 'Algemeene Bond van Onderofficieren der Koninklijke Marine en het Korps Mariniers' stapten. De positie van zijn leden lag ingeklemd tussen de 'ongegradueerden' en de onderofficieren. Daarnaast hadden korporaals werkzaam bij de torpedomakers of machinedrijvers weer hun eigen organisatie. Het ledental van de BVK bewoog zich rond de 600. In de nieuwe situatie lag een grotere samenwerkingg met de militantere B.V.M.M.P voor de hand. Regelmatig voerden zij dan ook gezamenlijk actie voor zaken als duurtetoeslag, bestrijding van geslachtsziekten en het kiesrecht. Bovendien schreven de korporaals ook in Het Anker. Maar de BVK was niet helemaal tevreden met zijn samenwerking met de B.V.M.M.P en de Bond van Zeemiliciens/Bond voor Militie en Landstormplichtigen, omdat deze relatie met minderen nogal wat korporaals afschrok. Er bestond namelijk de in 1908 opgerichte Bond van Actief dienende onderofficieren machinedrijver en stoker 'Voorwaarts' voor onderofficieren-machinedrijver en stoker, waar ook korporaals lid van waren. De BVK wilde 'Voorwaarts' betrekken bij de onderlinge samenwerking.
Tot 1916 waren het vooral de sociaal-democraten die het mindere personeel organiseerden. Dat was een doorn in het oog van sommige confessionelen, die de B.V.M.M.P als atheïstisch bestempelden. Dit was de reden voor de latere vlootaalmoezenier, kapelaan H.J.M.M. Alink om op 25 oktober 1916 de 'Nederlandsche R.K. Vereeniging van Marinepersoneel St.-Christophorus' op te richten. Hij wilde de katholieke marinemannen door middel vann cursussen uit laten groeien tot 'strijdbare christenen'. De activiteiten van deze propagandisten waren dan ook vooral gericht tegen de invloed van de B.V.M.M.P. Andere kartrekkers van St. Christophorus waren de milicien sergeant der Artillerie G.W. Moester, de matroostimmerman A.W.P. (Ap') Angenent en de marinier J. Cornelissen. Verder dient genoemd te worden het katholieke Tweede Kamerlid mr. J.B. Bomans (de vader van Godfriedd Bomans), die tijdens de beginjaren van de mobilisatie als reserveluitenant diende bij de kustbewaking te Huisduinen : 'zandgraverijen en kipkarren' zoals hij het zelf noemde. Het was geen vakorganisatie, maar eerderr een standsorganisatie waarvan zowel minderen als onderofficieren lid konden worden, gericht op het godsdienstig en zedelijk welzijn.16 St. Christophoruss telde in 1917 250 leden, maar had er daar in 1919 nog maar 811 van over. Zo nu en dan kwam het tot een confrontatie met de B.V.M.M.P. In Vlissingen deelde aalmoezenier P. Kemper een pamflet uit waarin hij de 'Katholieke Marine-mannen' waarschuwde voor de B.V.M.M.P. Vanzelfsprekend was Het Anker niet erg ingenomen met deze wervingsactie voor St. Christophorus. In plaats van een verbetering van de positie van de marinemannen, beoogde de pamflettenactie vooral het in diskrediet brengen van de rode bond.
Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :