vrijdag 16 maart 2012

Rode Matrozen 005

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
Het waren waarschijnlijk uitzonderingen. Onder de dienstplichtigen hadden NAS en SDP zoals bij de landmacht weinig aanhang. Onder beroepsmilitairen maakte het NAS geen propaganda voor een organisatie, simpelweg omdat de syndicalisten deze categorie niet wensten te organiseren.
De B.V.M.M.P organiseerde als de grootste van de zeven bonden in 1912, dus vlak voor de oorlog zo'n tweederde (ongeveer 3.000) van de manschappen. Dat hield in 92% van de matrozen, 64% van de mariniers en 40% van de stokers." Op grond van de opgegeven ledenaantallen van de matrozenbond en de Bond van Zeemiliciens/Bond voor Militie- en Landstormplichtigen bij de Zeemacht volgt hieronder een overzicht voor de oorlogsperiode. Met betrekking tot 1918 dient opgemerkt te worden dat in dat jaar, na een conflict in de BVZ/BVML, meer dan 200 miliciens zich aansloten bij de nieuwe vakgroep Miliciens, opgericht door de B.V.M.M.P. In 1919 daalde het ledental onder andere als gevolg van de demobilisatie. De B.V.M.M.P telde gedurende de oorlog zo'n 15 tot 20 afdelingen, waarvan de helft in Indië
De matrozenbond organiseerde tevens de al eerder genoemde genoemde Kort Dienstverbanden. De bond beschouwde de introductie ervan als een overgangsmaatregel tot een militiemarine. Direct gaf de bond een propagandaschrift uit waarmee hij de ledenwerving startte onder deze nieuwe categorie.. Volgens de Jaarverslagen over 1916 van de B.V.M.M.P lukte het om 84% van de matrozen Kort Dienstverband te organiseren.

Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :