donderdag 15 maart 2012

Rode Matrozen 004

RODE MATROZEN OP DE VLOOT
De voormalig radicale soldatenactivist en onderzoeker Ben Dankbaar kwam tot een vergelijkbare conclusie. De eisen die de marine als resultaat van industriële productietechnieken stelde aan de bevelvoering en de aard van dee werkzaamheden moesten wel botsen met de traditionele discipline.
Maar misschien wel de doorslaggevende factor was de burger die de B.V.M.M.P sinds 1904 als administrateur in dienst had. Dat was de ex-matroos Andries Wilhelmus (Andries) Michels die, vanwege antimilitair optreden tijdens de spoorwegstakingen, met een rood paspoort (oneervol) uit de marine ontslagen werd. Door het intensieve contact met SDAP Tweede- Kamerleden P.J. Troelstra en F.W.N. Hugenholtz, van wie vooral de laatste als marinespecialist gold, kwamen de klachten en de eisen van de matrozenbond in de Kamer aan de orde. Matrozen zagen zo dat de sociaal-democratie iets voor hen betekende.
Troelstra Hugenholtz Michels
Factoren als slechte arbeidsomstandigheden, de groepssolidariteit, internationalisme, het toetreden van nieuwe lagen geschoolde werklieden, de opkomst van de vakbeweging in de burgermaatschappij, de ontwikkelingen in de scheepsbouw en veranderende vormen van bevelvoering die botsen met de traditionele discipline droegen allemaal bij aan de hoge organisatiegraad van de B.V.M.M.P.
Enkele van de leidende kaders waren SDAP-lid, waardoor de sociaal-democratie een vacuüm vulde, omdat andere politieke stromingen zich niet of nauwelijks in wilden zetten voor deze beroepsgroep. De opvatting van het volksleger vormde hierbij geen beletsel. Het ging in eerste instantie om elementaire belangenbehartiging en emancipatie van deze zeelieden. Dat de SDAP eigenlijk streefde naar een dienstplichtig volksleger en zelfs opkwam voor ontwapening zag zij niet als een probleem.
In tegenstelling tot het hoofdafdelingsbestuur in Indië was de landelijke leiding van de matrozenbond in Den Helder trouw aan de SDAP en het NVV. Van georganiseerd syndicalisme en tribunisme was geen sprake. Ongetwijfeld waren er enige leden die meer voelden voor de strijdmethodes van het NAS of de SDP*. Zeker was dat het geval onder de dienstplichtigen.
Een plaatselijke vergadering uitgeschreven om te praten over fusie tussen dee B.V.M.M.P en de in 1915 gevormde en eveneens sociaal-democratische Bond van Militie- en Landstormplichtigen te Hellevoetsluis op 22 en 23 april 1918 nam de volgende motie aan :
gehoord de besprekingen over de meening van enkele anarchistische elementen in vergadering; van oordeel dat de theorieën dezer leden absoluut schadelijk zijn voor de normale ontwikkeling van den Bond; besluit zich tegen het eventueel drijven dezer elementen krachtig te verzetten en eventueele propaganda van dien kant krachtig te bestrijden.

* SDP
De Communistische Partij van Nederland (CPN) was een Nederlandse politieke partij die in 1909 werd opgericht als Sociaal-Democratische Partij (SDP)
De geschiedenis van de CPN begint in 1909 met een scheuring in de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Deze partij had twee stromingen, een reformistisch/revisionistische en een orthodox-marxistische. De marxisten, gegroepeerd rond het tijdschrift De Tribune, werden op het Deventer Congres in februari 1909 uit de SDAP gezet en gingen door als de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Oprichters waren onder anderen David Wijnkoop, Willem van Ravesteyn, Jan Cornelis Ceton en Herman Gorter. De Tribune werd het partijorgaan.

Geheel of gedeeltelijk overgenomen uit het boek/proefschrift Niet voor God en niet voor het Vaderland. Linkse soldaten, matrozen en hun organisaties tijdens de mobilisatie van ’14-‘18’ Van de Hr Dr. R.L.Blom (uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2004)

Geen opmerkingen :