zondag 25 maart 2012

Matroos Vandersteng 019

Marine abc vervolgB
Baksgewijs.
Het volgens de bakken aantreden. Men heeft de bakken genummerd voor elke divisie afzonderlijk, terwij1 de mariniers en de stokers (machinekamerpersoneel beneden den rang van sergeant) wederom een eigen groep vormen. Men spreekt dus b.v. van matrozenbak 5, stokersbak 4, mariniersbak 2.
Baksmeester, bakszeuntje en het bij-zeuntje.
De baksmeester is gewoonlijk een korporaal, die de leiding aan den bak heeft, het zeuntje is de bediende die voor het opdienen en verdeelen der rantsoenen zorg draagt en het bij-zeuntje is eveneens een matroos, die het zeuntje o.a. met het schoonmaken van het kommaliewant, behulpzaam is en na eenigen tijd het zeuntje opvolgt. Het „stilte aan den bak" is gelegenheid geven tot gebed. Het „geen slag aan den bak krijgen", d.w.z. niet aan het woord kunnen komen of geen kans kunnen krijgen, is op den bak zelf tegenwoordig niet meer van toepassing.
Baksorder.
Officieel „Algemeen Baksorder" : reglement, omschrijvende de plichten en de rechten van de aan den bak geplaatste schepelingen (ook alweer uit den nieuwen tijd, die bij de marine reeds in 1895 begon). Admiraal Van Kinsbergen ( geb. 1 Mei 1735 te Doesburg en oven. 24 Mei 1819 te Apeldoorn) komt echter de eer toe een eerste proeve van de baksorder te hebben vastgesteld, waarschijnlijk na 1775, toen hij uit zijn tijdelijk Russischen dienst in ons land terugkeerde. Na den slag bij Doggersbank (5 Aug. 1781) werden trouwens ook talrijke verbeteringen bij de marine ingevoerd.
Bakspier.
Aanvankelijk waren de bakspieren (aan stuur- en bakboord ter hoogte van de brug op de buitenhuid van het schip, ongeveer twee meter boven de waterlijn) van hout, doch tegenwoordig natuurlijk van ijzer. Ze dienen om de te water liggende sloepen vrij van het schip te houden.
In de vaart zijnde of in de haven liggende, zijn de bakspieren naar achteren dichtgeklapt tegen boord. Men voert ze uit, ter reede liggende, door de baksstagen vooruit en het toppenend aan dek, door te halen. De bakspieren komen dan, draaiende aan het vaste einde, tegen de boord, waar de lummel scharnierend werkt, dwarsuit te staan. Het toppenend zorgt voor den horizontalen stand.
Van de verschansing tot het toppenend is een lei-end gespannen, waaraan men zich kan vasthouden als men over de bakspier loopt om zich in de sloepen te begeven. Een kleine jakobsladder vergemakkelijkt het afdalen in de sloepen. Voor enkele jaren is op de bakspier een z.g. kippenplank bevestigd, om het loopen op de bakspier te vergemakkelijken.
Balgen, balgjanus.
Het is geen algemeen bekende marineterm, dit balgen, doch een uitdrukking van de adelborsten aan het Kon. Instituut en beteekent : veel eten. De balgjanus was de eetclub, zooals men ook een kegeljanus, radio-janus e.d. onder de adelborsten had. De balgjanus werd in 1925 opgericht, doch beleefde geen tweede vermelding in het annuarium — jaarboekje adelborsten.
Balie.
Is een tobbe, niet rond, zooals de burger zich die voorstelt, doch ovaalvormig. Men heeft ze in verschillende grootte, die in elkaar passen, zooals de huisvrouw van een nest pannen of schalen spreekt. Ze worden hoofdzakelijk gebruikt voor plunjewasschen.
De grootste — men spreekt van 1e, 2e, 3e en 4e talje (taille) balie (de 1e talje balie is de grootste) — biedt plaats voor vier man, de kleinste voor één man, om er zijn plunje in te wasschen, of... om er een bad in te nemen, hetzij aan dek of in den kuil, zooals op onze schroefstoomschepen 1e klas met zeilvermogen, als „Atjeh", „Tromp", „Kon. Emma", „De Ruyter", „Van Galen", „Joh. W. Friso" en „Van Speyk" in de jaren 1880—'90 het geval was.
Op de nieuwste schepen is het aantal benoodigde balies gering (ze worden ook voor soppen, schoonschipmaken e.d. gebruikt), omdat deze schepen voorzien zijn van een moderne waschinstallatie en strijkerij. Behalve de ovaalvormige balies heeft men aan boord ook ronde dekwaschbalies, die oorspronkelijk gebruikt werden om zout water in te verzamelen voor dekspoelen, met een groote zeildoeksche slagputs (emmer), ook wel ameraal geheeten.
Sinds dit overbodig geworden is, omdat de zoutwaterleiding het dekspoelen vergemakkelijkte, heeft de kok geleidelijk aan beslag gelegd op deze dekwaschbalie voor groenten- en aardappelen-wasschen of het smoren van de gekookte rijst.
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :