vrijdag 11 november 2011

Roeisloepen 5

Uit het Handboek Zeemiliciens van 1917.
Reglement op de commando's voor het roeien en het pagaaien met sloepen :
De roeiers worden genummerd van voren te beginnen alzoo : S.B. i, B.B. i, S.B. 2, B.B. 2, enz.
In de sloep, langszijde van een schip of aan den wal liggende, zitten de roeiers rechtop, de handen op de knieen en de voeten op de spoorstokken, de ellebogen aan het lichaam gesloten, zich in een lijn richtende op de achterste roeiers.
De voorste roeier aan de zijde van het schip of van den wal, neemt of heeft de voorhaak in handen en houdt, hiermede staande op de plecht, de sloep in de verlangde positie. De andere voorste roeier houdt zich, zittende op de doft, indien de wimpel zal worden gevoerd, gereed om den wimpelstok in te zetten.
Ligt de sloep op de vanglijn of het smaktouw, dan is de voorste roeier, die niet de haak in handen heeft, belast met het inhalen en opschieten van de vanglijn of het losgooien van het smaktouw.
Zoo noodig (en alleen op aanwijzing van den onderofficier der sloep) neemt de achterste roeier aan de zijde .van het schip of van den wal, den achterhaak en behandelt deze, staande op het vlak van de sloep.
In het algemeen wordt voorgeschreven dat, spoedvereischende omstandigheden uitgezonderd, alle commando's worden gedaan door den onderofficier der sloep, zoo noodig op aanwijzing van den sloepscommandant.
Bij exercitieroeien zullen de verschillende handelingen op commando worden gedaan, en zoodra voldoende oefening verkregen is, de fluit gebruikt worden, voor zooverre dit hieronder wordt aangegeven.
I. HET AFZETTEN VAN DE SLOEP.
„Scheehoutjes uit !"
„Willen binnen !"
De roeiers nemen, op hunne plaats blijvende zitten, met de buitenrand de scheehoutjes uit en hangen deze aan de eindjes binnen boord en halen daarop de willen binnen, zorgende, dat de wil zoodanig komt te hangen, dat het oog niet uitscheuren kan.
De voorste roeier, die niet met den haak belast is, zorgt voor beide scheehoutjes en willen van zijne doft, evenzoo de achterste roeier, indien zijn nevenman den achterhaak in handen heeft.

Geen opmerkingen :