dinsdag 8 november 2011

Roeisloepen 2


Uit het Handboek Zeemiliciens van 1917. Roeisloepen :
Verscheidene dezer zaken zijn niet altijd in de sloep, maar worden daarin eerst gegeven, wanneer de sloep gebruikt zal worden.
Om het platte einde der riemen, dat blad genoemd wordt, is een koperen bandje gespijkerd tegen het splijten. Alle riemen in eene sloep zijn even lang, behalve somtijds de voorsten, omdat de sloep daar smaller is.
De riemen worden naast elkander aan weerskanten tegen boord gelegd, met de bladen naar voren en den achterkant gelijk met de achterste doft; de kortste riemen in de midscheeps.
De pagaaien worden tegen boord gezet of onder de doften opgevangen.
De rondhouten met zeilen liggen in de midscheeps; de haken een aan iedere zijde met de punt naar voren.
Het hoosvat ligt in de hoos, dat is de plaats, waaruit men de sloep leeghoost.
De hoos vindt men meestal voor de achterste doft; zij is met koper bekleed. De geschutdoften liggen onder in de sloep of worden-in de midscheeps onder de doften tegen de stutjes vastgemaakt.
Het watervaatje staat op zijne stelling in het zaadhout, voor de hoos. De vanglijn is geraaid aan een ring in den voorsteven en wordt op de plecht opgeschoten.
De dreg is steeds op het dreggetouw gestoken en wordt voorin geborgen; zij moet altijd klaar liggen om overboord gegooid te worden; het dreggetouw moet klaar opgeschoten zijn om dadelijk te kunnen uitloopen, en het uiteinde in de sloep vastgemaakt zijn.
De willen zijn aan den doftweger vastgemaakt en moeten allen juist op het berghout hangen; een achter ieder scheegat.
De slagputs en handzwabber worden geheel voor of achterin uit 't gezicht geborgen.
In eene te water liggende sloep zorgt de beurtgast, dat de sloep schoon blijft, dat alles er ordelijk en regelmatig inligt, dat de vlag klaar waait, alle willen buiten hangen en alle scheegaten dicht zijn, dat de sloep niet tegen het schip of tegen andere sloepen stoot en zoo noodig leeggehoost wordt.
Op de bakspier ligt de sloep het best, door de vanglijn te scheeren door den hanger en het einde op de voorste doft te beleggen, en buitendien nog een eind te nemen, dat achteruit binnenboord vaststaat en achter in de sloep wordt belegen. Dat eind wordt kondwachter of contra-vanglijn genoemd.
Smaktouw noemt men een eind touw, dat binnen boord, meestal vooruit, vaststaat, en klaargehouden wordt, om aan eene aankomende sloep te worden toegeworpen om gemakkelijk langs zijde te kunnen halen.

Geen opmerkingen :