donderdag 17 november 2011

Nederland Amsterdam 1905 - 4

Rodsjestvenski's vloot.
Het schijnt dat de tocht van de Russische vloot groote bezorgdheid heeft gewekt bij de Nederlandsche Regeering, in verband met onze bezittingen in Oost-Indië. De geringe strijdkrachten te water en te land aldaar geven hiertoe ook wel aanleiding, en allicht kan de aanwezigheid in den Archipel van zulk eene machtige vloot tot moeielijkheden van zeer ernstigen aard aanleiding geven. Van welken aard deze zullen kunnen zijn, wenschen wij hier nader uiteen te zetten.
De Russische vlootvoogd betracht groote geheimzinnigheid omtrent den te volgen weg en dit is alleszins verklaarbaar. Noodig is het toch, niet bekend te maken welke plaats als rendezvous voor de kolenschepen is aangewezen. Dat is zoowel gewenscht om die schepen niet te bemoeilijken, als om het kolenladen ongestoord te kunnen laten geschieden.
Bovendien zal de commandant der Russische vloot er stellig de voorkeur aan geven tamelijk onverwacht in de nabijheid van Japan te verschijnen, op tijd en plaats door hem zelf te bepalen, dan bij voorbaat de Japansche vloot nauwkeurig omtrent zijne plannen in te lichten. Zoolang de Japansche vloot omtrent de Russische plannen in het onzekere verkeert, heeft de Russische vloot ook weinig kans door den vijand lastig gevallen te worden.
Deze geheimzinnigheid verliest echter veel van hare waarde, zoodra de Russische vloot zich vertoont op plaatsen, waaruit met tamelijk groote zekerheid besloten kan worden omtrent hare verdere plannen. De vloot zal zich dus niet moeten vertoonen in Straat Sunda of Straat Malakka, waar zij onmiddellijk opgemerkt en van hare verschijning door de telegraaf aan de geheele wereld kennis gegeven wordt.
Het komt ons hierom waarschijnlijk voor dat de Russische vloot bezuiden Java en de kleine Sunda-eilanden langs zal loopen, om vervolgens door een der straten in den omtrek van Timor, door de Moluksche zee en ten Oosten van de Philippijnen haar weg om de Noord te vervolgen.
Op deze wijze zal de buitenwereld geruimen tijd onbekend kunnen blijven met de plaats waar de vloot zich ongeveer ophoudt en zal het aanvullen van den kolenvoorraad binnen de grenzen van den Indischen archipel kunnen geschieden, zonder dat derden aanvankelijk daarvan iets te weten komen.
Op de Timor-eilanden wonen toch bijna uitsluitend inlanders, terwijl de stoomvaart - alle middelen van gemeenschap - gering is in de parages waar de vloot zal passeeren.
De kolenschepen zullen het opgegeven rendezvous wel geheim houden en dit zal hun gemakkelijk zijn gemaakt door verzegelde orders omtrent de plaats van bestemming en verder te nemen maatregelen, welke eerst in zee geopend mochten worden.
Op de aangegeven wijze zal het kunnen gebeuren dat de Russische vloot den Archipel doorstoomt, zonder dat men daar iets van bemerkt en dit is voor die vloot van zooveel waarde, dat de admiraal nagenoeg zeker dezen weg zal nemen.
Of hierin, meer bepaald in het overnemen van de kolen, dan eene overtreding van de bepalingen omtrent de onzijdigheid zal moeten worden gezien, eene tekortkoming van Nederland als neutrale Mogendheid ? Deze vraag is niet stellig te beantwoorden, indien zij zoo algemeen wordt gesteld.
Het is toch zeer twijfelachtig of de groote waterwegen in den archipel en in het bijzonder de Moluksche zee als Nederlandsch territoir zijn te beschouwen. Maar neemt men aan dat zulks wel het geval is of heeft het kolenladen plaats in de territoriale wateren van een of ander eiland, dan zeker zou hieruit volgen dat neutraal terrein geschonden werd.... door Rusland.
Zonder voorkennis der Regeering of van een harer ambtenaren geschied, kan zulk een op zich zelf staand feit door Japan bezwaarlijk als begunstiging van Rusland door eene onzijdige Mogendheid worden beschouwd.
Voor iedere onzijdige Mogendheid toch zal het steeds onmogelijk wezen om binnen haar gebied elke ongeoorloofde handeling te voorkomen, al blijft het plicht zooveel als doenlijk is hiernaar te streven.
wordt vervolgd

Geen opmerkingen :